Red mijn vakantie: Mallorca 2016

IMG_3616Drie jaar geleden was H. 1 jaar en 4 maanden en gingen we naar Frankrijk, waar de zon toen wél scheen. Van vrienden leenden we een Mercedes camper uit de jaren zeventig en met veel herrie vertrokken we op vrijdagmiddag.

Bij Venray kwam er rook uit het dashboard en belden we een meneer van de ANWB. Die sleutelde een uur aan van alles, terwijl hij enthousiast bleef herhalen hoe blij hij werd van zulke oude wagens. Toen hij een elastiek aan het contact vast had gemaakt konden we weer verder.

Het was al bijna avond en achterin de camper kreeg de dochter honger.

We besloten de eerste nacht te overnachten op een Midden-Limburgse camping. Ik betaalde bij de receptie, en de slagboom ging omhoog.

De motor startte niet.

Er werd een tractor opgetrommeld. Die sleepte ons de camping op.

We gingen eten. En daarna nadenken over onze toekomst. We zouden in Limburg kunnen blijven. Maar in Limburg scheen de zon niet en bovendien was het koud. We wilden naar Frankrijk. Maar voorlopig zaten we met een camper uit de jaren zeventig die het niet deed.

De volgende dag kwam weer een kerel van de ANWB. Ook hij werd heel blij van knutselen met zo’n oude wagen. Hij wel. Een paar uur later verzekerde hij dat we het weer konden proberen. Maar helemaal zeker wist hij het niet.

Ik was het zat en we reden terug naar huis. Onderweg boekte ik op mijn telefoon een vlucht naar Mallorca. Daar scheen de zon ook.

Met veel herrie reden we weer de straat in, en buren kwamen naar buiten om ons uit te lachen.

Op zondagochtend haalden we op het vliegveld van Palma de Mallorca onze huurauto op en reden naar een camping waar we een ingerichte tent hadden gereserveerd.

Op de camping was geen tent, laat staan een ingerichte. Wel waren er heel veel mensen. Ze schreeuwden allemaal heel hard. Ondertussen werd door een Spanjaard mokkend een tent opgezet. Strandstoelkussens dienden als matras en dat was dat. De kookgelegenheid bleek een gore keuken zonder pannen en bestek, en zonder een aansteker of lucifers.

Drie uur later had ik toch twee borden pasta in elkaar geflanst en was ik officieel depressief.

Toen de dochter sliep, boekten we een appartement aan de kust, via Airbnb. We konden de volgende dag aan de andere kant van het eiland de sleutel ophalen.

Met de routebeschrijving en sleutel in de hand sjeesten we over het eiland. Het was  inmiddels dag 4 van onze vakantie, en begin van de avond arriveerden we bij het appartement. Omdat de dochter in de auto aan het slapen was, ging D. eerst even alleen naar binnen. Een kwartier later kwam hij terug.

“De sleutel past niet.”

Nadat ik ook nog tien minuten aan de deur had staan trekken, belden we de contactpersoon. Die had geen idee waar we het over hadden, maar zei wel dat het appartement tegenover de apotheek lag.

Ik keek naar de overkant. Daar was geen apotheek. Wel de zee.

“Oooh, jaa, ja”, zei de meneer aan de andere kant van de lijn, op een toon alsof hij met twee complete idioten te maken had. “Jaaa, jullie moeten naar een dorp vijf kilometer verderop. Dat is toch logisch? Ja, op de routebeschrijving staat dan wel een heel andere plaatsnaam, maar dit had je zelf natuurlijk ook wel kunnen bedenken.”

Ik had inmiddels een migraineaanval gekregen dus ik kon een kwartier later paracetamol kopen. Gelukkig was er een apotheek tegenover het appartement.

En toen konden we nog drie dagen vakantie vieren. Er kwam nog wel even iemand aanbellen om te vertellen dat we illegaal in het appartement verbleven.

Het was een mooie vakantie.

#tbt Thailand 2016

EenIMG_2553-01 herinnering:

Het was dag twee van onze vakantie en we werden nog niet gehinderd door enige onzekerheid. Onze dochter had zich tot nu toe voorbeeldig gedragen en was verworden tot het levende bewijs dat het kan: een verre reis maken met een kind van bijna twee. En wij waren daardoor nu definitief toegetreden tot het genootschap van Coole Ouders. Nu waren we bij Wat Phrae Kaew, de belangrijkste tempel van het land. En toen zag ik ‘m.

De Vlek.

De grijze draagzak waar dochter hulpeloos in hing te bungelen, was niet helemaal grijs meer. Hier was iets niet helemaal goed gegaan. Haar laten zitten en keihard ontkennen behoorde uiteraard tot de mogelijkheden, maar dat was ook weer zo wat.

Er zijn van die momenten dat je beseft dat je nog een hoop te leren hebt: als je een net afgekolfd flesje melk zonder deksel op de stoel laat slingeren bijvoorbeeld, of wanneer je ’s avonds zo nodig nog even naar je slapende kind wil kijken in het schijnsel van je telefoon, maar de deur dusdanig hard kraakt bij het openen dat je datzelfde slapende kind wakker maakt.

Of wanneer je je realiseert dat je de luiers vergeten bent.

En de billendoekjes. En schone kleren.

Dat je dus helemaal niet cool, maar juist een gigantische prutser bent.

Terwijl papa zijn verplichte lange broek ging aantrekken, wilde dochterlief enthousiast het heilige tempelcomplex betreden. Ik probeerde te doen alsof ik haar niet kende. Thaise en Japanse toeristen wilden met haar op de foto. Ik ging nonchalant een banaan zitten eten, en deed alsof die steeds groter wordende bruine vlek bij haar outfit hoorde. Maar op het moment dat de drek aan de onderkant van haar broek tevoorschijn kwam, moest ik toch ingrijpen. Bij een toerist met kind bedelde ik om een luier en nam H. mee naar de toiletten.

In Thailand doen ze niet aan een verschoningstafel , en dus trok ik haar mee een wc-hokje in. Geen toiletpapier. Ik zuchtte. Hoe ging ik dit in hemelsnaam aanpakken? Maar veel tijd om hierover na te denken had ik niet. Iemand begon Thais tegen me te praten. We moesten mee naar buiten.

De wc-juffrouw richtte de tuinslang op mijn kind en gooide daarna een pakje waspoeder naar me toe. Gehoorzaam begon ik de minikleertjes te wassen, en H. rende poedelnaakt het heilige tempelcomplex op. Een klein groepje mensen had zich inmiddels verzameld om grinnikend toe te kijken. Een Amerikaanse toerist bood haar hulp aan. “I know how you feel”, zei ze. Ik betwijfelde of zij ooit luiers was vergeten, maar ik waardeerde het gebaar. Met een veel te grote luier en drijfnatte kleren kon ons bezoek aan de tempel eindelijk beginnen. Mooi ding, hoor. En luiers, die zijn we daarna nog maar een paar keer vergeten.

Verstandsverbijstering

vliegenIn een vlaag van verstandsverbijstering hebben we een vlucht naar Bangkok geboekt. Hardop spreek ik mezelf al een paar weken bemoedigend toe: het is maar 11 uur vliegen. Wat is nu 11 uur op een mensenleven?

Toen H. 10 maanden oud was, zijn we naar Lanzarote geweest. Niet omdat dat eiland me zo geweldig leek, maar omdat ik per se wilde vliegen met een baby. Ik wilde weten hoe het zou zijn.

De heenweg ging nog wel. Ze stond vrolijk te dansen op het uitklaptafeltje, kroop door de gangpaden en flirtte met andere passagiers. Ze deed alles om een goede indruk achter te laten en sliep zelfs nog eventjes. Tevreden en trotse ouders waren wij. Zie je wel, dat vliegen met een baby valt reuze mee!

De terugreis was De Hel.

Tijdens het opstijgen viel ze tijdens haar flesje in slaap. Halleluja!  Maar na 20 minuten was het alweer gedaan met de pret. Ze wrikte zich los en wat volgde had ik in mijn ergste nachtmerries nog niet kunnen bevroeden. Eten werd uitgespuugd, flesjes uit handen geslagen, knuffels weggesmeten, rammelaars op de grond gegooid, zelfs het laatste redmiddel, de telefoon, werd niet geaccepteerd. Het kind had helemaal geen zin om op schoot te zitten. Of door het gangpad te kruipen. Of überhaupt normaal te doen. Wat ze wel deed was krijsen. Vier uur lang. Ik dacht dat mijn trommelvliezen het zouden begeven.

“Sorry”, stamelde ik nog tegen de man voor me. Maar ik voelde de haat in zijn ogen. Ik wilde verdwijnen, sterven, mijn kind uit het raam gooien. Mijn normaal zo lieve dochter was getransformeerd tot een krijsende machine.

Ik nam me voor nooit meer te gaan vliegen. Als je met kind het vliegtuig binnenstapt, sta je immers sowieso al met 2-0 achter.

Daarom dus nu die logische vlucht naar Thailand.

Met mijn zwangerschapsdementie is het nooit meer helemaal goedgekomen.