Dag 55 – liefde in tijden van corona

20191125_17130655 dagen niet naar school, 55 dagen niet afspreken met vriendjes en vriendinnetjes. 55 dagen lang niet naar opa en oma. Niet meer mee naar de supermarkt om boodschappen te doen. 55 dagen alleen naar het park of het bos als het rustig is. 55 dagen opgesloten in huis. 55 dagen niet naar zwemles. Morgen komt er een gedeeltelijk einde aan deze periode. H. mag weer twee dagen naar school.

Mijn 5-jarige dochter heeft zich als een ware held door deze tijd heen geslagen. Ze werd boos en verdrietig toen ze de kinderen uit de straat buiten zag en zij vanwege een flinke verkoudheid binnen moest blijven. Ze huilde op de keukenvloer, en ik huilde met haar mee. Maar al snel kwam de creativiteit. Over de schutting vanaf een ladder kletsen met het buurmeisje was eigenlijk wel geinig. Verstoppertje spelen bleek ook prima te werken vanuit het slaapkamerraam. Ze maakte een reuzensprong en begon zelf te lezen. Toen ze een keer per ongeluk niet in haar elleboog maar richting een struik nieste, zei ze: “Ik hoop maar dat de plant geen corona krijgt.”

Die lieve, dappere H. Die kreeg niet alleen te maken met corona en quarantaine. Ze moest ook een scheiding verwerken. Papa en mama zijn sinds eind vorig jaar niet meer “in elkaar”. Een verdrietig, moedig, heftig, teleurstellend, goed, hartverscheurend, slecht, boosmakend, ellendig, noodzakelijk, verstandig besluit. En eentje met grote gevolgen.

Onze dochter moeten vertellen dat haar ouders uit elkaar gaan, is het moeilijkste dat ik ooit heb moeten doen.

“Moet ik nu alleen in een huis wonen?”, vroeg ze.

Mijn hart huilde.

Ik ben zelf een kind van gescheiden ouders. Ik ben erop gebrand het beter en anders te doen dan hoe ik het zelf heb meegekregen. Ik wil mijn dochter een veilige en overzichtelijke wereld bieden. Ik wil dat ze zich nooit hoeft af te vragen wat haar bestaansrecht is. Ik hoop dat ik haar op haar achttiende redelijk onbeschadigd kan afleveren en de wereld in kan sturen. En als ze dan zegt: “Mijn ouders, die zijn best oké”, dan weet ik dat we het goed hebben gedaan.

Het zorgt ervoor dat ik enorm bewust met haar bezig ben. De meeste mensen beginnen uit een soort vanzelfsprekendheid aan kinderen en zijn daar niet de hele tijd mee bezig. Ik wel. Voortdurend. Met haar geboorte kwam er ook een soort doodsangst mee. Steeds vroeg ik mij af of ik het allemaal wel goed deed, tot op het vermoeiende af. Haar even laten huilen was geen optie, dan zou ik haar in de steek laten. Haar even bij mijn moeder achterlaten zodat ik zelf op adem kon komen, was nog erger. Als ze, slechts een paar maanden oud, in mijn armen lag en me aankeek, vroeg ik me af of ze zou denken dat ik een slechte moeder was.

Zelf was ik een angstige en verwarde tiener. Het waren geen fijne jaren. Ik heb redelijk veel conflicten en heftigheid meegemaakt. Daardoor heb ik me nooit gerealiseerd dat veel mensen wél gewoon blij zijn en normaal kunnen doen. En dat een dochter hebben niet automatisch betekent dat ze op haar vijftiende aan de drugs zit en in verwachting is van een puisterende enge leeftijdsgenoot.

Ik heb er vanaf mijn achttiende ruim twintig jaar over gedaan om een soort zelfacceptatie te bereiken. Met het beëindigen van onze relatie sta ik weer voor een uitdaging. Eentje die in de eenzaamheid van quarantaine soms moeilijk op te brengen is. Maar het moet. De wond die we onze dochter hebben toegebracht, moet zo goed mogelijk verzorgd worden. Zodat er uiteindelijk een klein litteken overblijft in plaats van een etterende wond die niet meer dichtgaat. En tegelijkertijd moet ik zelf het hoofd boven water zien te houden. De scherven bij elkaar plakken. Op een enigszins plezierige manier.

Ik ga dit kunnen. Echt.

10x waar je helemaal niet op zit te wachten

DSC00875Vijf jaar blog ik nu met een ernstig gebrek aan regelmaat over mijn zwanger- en moederschap. Vanzelfsprekend staat daarbij mijn dochter van inmiddels 4,5 jaar centraal. Nu ga ik eens iets over mezelf vertellen. Willekeurige feitjes die je nog niet wist over mij (en waarschijnlijk ook helemaal niet wil weten). Ik noem er tien.

1 – Ik ben fobisch voor slangen en andere dieren die geen poten hebben. Maar dan echt. Ik durf niet met mijn handen in de tuin te werken omdat ik bang ben dat ik een regenworm tegenkom. Voor mijn dochter probeer ik zo normaal mogelijk te doen, maar ik doe toch een stapje achteruit als er zo’n beest de grond uit komt kruipen. Toen ik een keer in een Nicaraguaanse badkamer een zwarte slang de doucheput in zag glijden, rende ik jankend naar buiten en moest D. een week lang eerst elke hoek van alle kamers controleren voordat ik naar binnen durfde.

2 – Drie ‘embarrassing moments’, in willekeurige volgorde:

  • Ik ben ooit spectaculair gevallen. Uit stilstand. Hoe het gebeurde is me nog altijd een raadsel, maar een half Afrikaans dorp kwam om me heen staan om geamuseerd toe te kijken hoe ik vervolgens niet meer overeind kwam. (Uit dezelfde categorie: voor het eerst met klikpedalen op mijn mountainbike. Of liever: de mountainbike bovenop mij. De mensen op het terras vonden het prachtig)
  • In Berlijn stapte ik een keer zelfverzekerd (en na een paar biertjes) een restaurant in. “Ein Zabel für fünf, bitte!
  • [Ongoing]: mijn geheugen is vrij goed, maar als iemand mij vertelt wat voor werk hij doet, gaat dat het ene oor in en het andere direct weer uit. In mijn hersenpan is geen plek voor werkgerelateerde berichten. Ook van D. weet ik eigenlijk alleen dat hij de hele dag aan het vergaderen is.

3 – D. was ooit het vriendje van mijn toenmalige beste vriendin. Acht jaar en een aantal andere relaties later ontmoetten we elkaar weer op, of all places, LinkedIn, en was het direct raak.

4 – Elke pen in mijn buurt moet ‘uit’ zijn, of de dop moet erop, anders zit ik toch niet helemaal lekker. En ik heb een was-ophangritueel. Alles moet volgens een bepaalde volgorde op het wasrek opgehangen worden. Soms helpt H. me en probeer ik mijn irritatie te verbergen door haar haar gang te laten gaan. Maar als ze het zat is, ga ik dingen verhangen.

5 – Ik droom van wonen in het buitenland, het liefst Latijns-Amerika. Mijn eigen hostel runnen. Een bibliotheek beheren voor minderbedeelde kinderen. Geen idee, maar ik wil op een dag weg uit Nederland.

6 – Ik ga al mijn hele volwassen leven naar muziekfestivals en ik heb daar nog nooit gedoucht. Het dichtst in de buurt kwam ik toen ik een duik nam in de volgepiste Lowlands-vijver. Thuis compenseer ik dit door te heet en te lang te douchen.

7 – Ik heb mijn halve leven gekampt met depressies en angstaanvallen, en ben daarvoor meerdere keren in therapie geweest. Pas sinds een paar maanden durf ik hardop te zeggen dat het écht goed met me gaat. En dat ik er trots op ben dat ik dat zelf voor elkaar heb gebokst.

8 – Soms voel ik me schuldig dat H. geen broertje of zusje gaat krijgen. Maar ik moet er écht niet aan denken om weer van voren af aan te moeten beginnen met een tweede. Het is goed zo.

9 – Je mag mij ’s nachts voor niks wakker maken. Ik wil liever gewoon met rust gelaten worden zodat ik kan slapen. En anders alleen als je een hele goede reden hebt. Brand, bijvoorbeeld. Of als Matt Berninger van The National beneden in de woonkamer een paar liedjes wil komen zingen. Nick Cave mag ook komen.

10 – Ik kan niet goed tegen dominantie en autoriteit. En ook niet tegen mensen die op straat ineens stil gaan staan.

Onder de douche

DSC_0882-01(1)Ik was iets eerder opgestaan, zodat ik nog even ongestoord kon douchen voordat H. wakker zou worden. Uitgebreid mijn haren weer eens wassen, wellicht nog wat beenhaartjes verwijderen, een scrubje, tandenpoetsen, een beetje dagdromen – klimaattechnisch allemaal totaal onverantwoord, maar zo lekker! Zo stond ik op deze ochtend enorm te genieten met mijn hoofd volledig in het sop, toen er ineens een kleuter voor mijn neus stond.

“Mama, ik moet plassen.”

Het was weer gedaan met de pret.

“Uhm, ja, oké. De wc is naast je.”

“Je moet me helpen.”

Waarom was ze überhaupt al wakker? En hoe kan het dat ze mij altijd zwaar geïrriteerd de wc uitstuurt omdat ze het zelluf kan, maar is ze deze vaardigheid ineens totaal kwijt als ik toevallig net even lekker sta te chillen onder de douche?

Ik heb het al eerder gezegd: kinderen hebben een duistere gave om hun ouders te irriteren en uit te dagen. Ze voelen haarfijn aan wanneer papa of mama het even prettig dreigt te hebben zónder hun aanwezigheid en grijpen dan hun kans om ze dit moment genadeloos af te pakken. Dat begon al vlak na H.’s geboorte. Net op het moment dat ik dacht dat ze nu écht in slaap was gevallen en ik rustig een kop thee kon drinken, sloegen haar stembanden weer aan en kon ik, totaal uitgedroogd inmiddels, een uur later de waterkoker voor de zesde keer aanzetten.

Privacy is iets uit een ver verleden. Een vage herinnering aan iets dat ooit was, maar inmiddels niet meer bestaat. Vanaf het moment dat mijn dochter ging kruipen, was het gedaan met ongestoord douchen of plassen. Steevast verschijnt vroeg of laat een gezicht om de hoek. Nu ben ik de beroerdste niet, maar zo af en toe is het toch ook best prettig om dat soort momenten eventjes voor jezelf te hebben.

Soms trek ik me even terug op de wc. Niet omdat ik dan zo nodig moet, maar om héél eventjes alleen te zijn (of om even ongegeneerd door Instagram te scrollen of stiekem een koekje in mijn mond te proppen). Helaas is het feest meestal van korte duur. H. komt er dan “gezellig” even bij staan. “Ik kom gewoon even kijken”, zegt ze dan. Of ze heeft ineens allerlei belangrijke zaken die nú om opheldering vragen. “Mama, je moet even kijken naar mijn tekening. Nee, die kan ik niet laten zien, die ligt op tafel.” Hoezo denken kinderen überhaupt dat je iets voor ze kan doen als je op de wc zit of onder de douche staat? “Mama, kun je even mijn rits dichtdoen? Mag ik een koekje? Wil je een boek voorlezen?”

Of ze hebben ineens weer hulp nodig met plassen als je je haar aan het wassen bent. H. was inmiddels toch maar zelf op de pot gaan zitten. “Ik heb gepoept”, zei ze. “Je moet mijn billen afvegen. Ik heb ge-poe-hoept!” Ik gaf het op. Ik pakte de handdoek en ging me afdrogen. Beter voor het milieu, sprak ik mezelf bemoedigend maar weinig overtuigend toe.

40

DSC_9258-01Het is feest vandaag want ik ben jarig!

Ik weet nog goed dat ik 20 werd. In een smoezelige studentenkelder, die ik deelde met een vriendinnetje, dachten we dat het misschien leuk was om ’s nachts de taart aan te snijden. Omdat er al een paar kratten bier leeggedronken waren, liep dat nogal uit de hand en konden we een half jaar later nog steeds met confetti besmeurde stukken gebak van de schimmelmuren afschrapen.

Tien jaar later schreeuwde Nick Cave door de boxen in mijn knusse appartementje dat ie last had van de no pussy blues. Wederom dronken we veel te veel bier, en zongen we uiterst vals mee met Johnny Cash tot het licht werd, en ik dacht dat ik dit leven eeuwig zou volhouden.

Maar ik knipperde met mijn ogen, en nu ben ik ineens 40. Nick Cave en de kratten bier zijn nergens te bekennen; vandaag breng ik mijn verjaardag door met een mopperende installateur van de nieuwe keuken. Ons huis zucht en kraakt onder de immense verbouwing, en ik heb een dochter die over vier maanden naar de basisschool gaat.

Ik voel ze wel een beetje, die jaren. Vooral als ik achter H. aan ren, terwijl die op haar zonderzijwieltjesfiets door de straten sjeest. Aangezien ze dat al wel een hele week kan, zonder zijwieltjes fietsen, denkt ze dat ze een volleerd mountainbiker is. Bloembakken en boomstronken worden zonder te remmen overreden, en ze manoeuvreert zich met angstaanjagende precisie langs alle fietsen en andere obstakels die in de weg staan, terwijl ze rakelings langs stoepranden en auto’s scheert. En dit alles met een duizelingwekkende snelheid.

“Kijk mama, zonder handen!”

Soms stopt ze even. “Ik ga wel wat langzamer fietsen, mama, dan word je niet zo moe.”

De schat.

Ik zie nieuwe en frisse studenten rondlopen in de stad, kinderen fietsen rond met speakers op 10, mijn buurmeisjes van 7 hebben het over foto’s in je nakie bewerken en rondsturen, en dan voel ik me toch een beetje een oude mevrouw. Maar dan ga ik gisteren, op mijn laatste dag als dertiger, toch gewoon om twee uur in de middag een 9% biertje drinken. Samen met mijn dochter, en een vriend die twijfelde tussen dit en een appel eten. Gewoon. Omdat het kan. En om te bewijzen dat 40 worden zo gek echt nog niet is. Misschien wordt het allemaal wel steeds leuker. 50 worden lijkt me ook wel wat. En dan met een puberende horrortiener in huis. Ik kijk er naar uit!

Today I choose me

i choose meIk was vorige week een paar dagen op een muziekfestival. Drie dagen ploeteren door de modder, bandjes kijken, niet douchen en veel bier drinken. Net zoals vroeger. Met D. en drie vrienden. Zonder H., en ik vond het heerlijk!

Achttien maanden geleden kwam mijn leven op zijn kop te staan. Ik stapte in een achtbaan, en die achtbaan stopte niet meer. Hij ging maar door, steeds in de hoogste versnelling. Soms dacht ik dat ik bij het eindpunt was, maar ik kon er niet uit. Ik zat vast en ik werd er gek van. Ik had geen puf meer om even de stad in te gaan, een biertje te drinken en ouderwets dronken te worden. Sporten was iets uit een ver verleden. Afspreken met vrienden kostte me te veel moeite. Mijn leven draaide volledig om H.

“Je krijgt er zoveel voor terug.” Het is ongeveer het grootste cliché  in de Wereld met Kinderen. En ja, het is waar. De komst van mijn dochter heeft mijn leven enorm verrijkt. Ik heb geleerd anders naar zaken te kijken, en nog steeds raak ik dagelijks ontroerd door haar onschuld en schoonheid.

Maar wat veel mensen niet leuk vinden om te horen: je moet ook een hoop opofferen. En sommige moeders gaat dat heel gemakkelijk af, die stellen hun leven volledig in op dat van hun kind. Maar ik kan dat niet. Ik moet soms even opladen. Alleen.

Ik heb een depressief verleden en ik wéét inmiddels: als ik mezelf uitput, wordt het een drama.  Daarom is nu een knop omgegaan. Ik doe dat niet meer. Ik weiger om zo te zijn. En dus ga ik nu soms de stad in om bier te drinken, en ga ik af en toe op mijn vrije dag er in mijn eentje op uit (eindelijk het Rijksmuseum gezien!). Acht maanden geleden ben ik gestart met een cursus Spaans, wat ik al zo lang wilde. Ik ben zelfs weer begonnen met hardlopen.

Toen ik met oud en nieuw een paar dagen naar Rome ging, ook zonder kind, werd door sommige mensen getracht mij een schuldgevoel aan te praten. “Het is haar eerste oud en nieuw. Dat moet je dan missen.” En: “Wat zielig dat ze dan drie dagen ergens moet logeren.”

Ik vind het niet zielig dat mijn dochter een paar dagen bij haar lieve oma of bij haar leuke tante logeert. En ik vind het ook niet zielig dat ze haar eerste jaarwisseling heerlijk slapend in bed heeft doorgebracht. Ik vind dat een kind leuke ouders verdient. En leuke ouders zijn niet per definitie mensen die hun leven volledig in dienst stellen van het kind. Ik ben bijvoorbeeld een veel leukere moeder als ik ook thuis in mijn eentje in een leeg huis naar de stilte kan luisteren. Of met vrienden met lekke laarzen in de blubber kan voetballen met een plastic bekertje.

Dit kan niet mijn leven zijn!

550-who-I-am-momNa een turbulente start is het moederschap een stuk minder bizar geworden, en het begint na 16 maanden langzamerhand zelfs al een beetje te wennen. Duizend keer hetzelfde boekje lezen, de omver gegooide blokken weer opstapelen, of kopjes thee drinken – ik vind het stiekem gewoon hartstikke leuk! Maar er zijn wel eens momenten dat ik denk: neeeeee! Dit gebeurt niet! Ik droom. Dit kán niet mijn leven zijn!

Het begint al ’s ochtends. H. wordt wakker met een glimlach, tussen de stukken macaroni, champignons en paprika van gisteravond. Alsof er een voedselbom is ontploft. Heeft ze echt zóveel gegeten? Aan de andere kant heeft ook een explosie plaatsgevonden. Dochterlief weigert echter, zoals wel vaker, stil te liggen. Tijdens ons gevecht graai ik een paar keer mis, en met mijn handen onder de bruine drek lever ik haar af bij D. die onder de douche staat.

Dit kan niet mijn leven zijn.

Vlak voordat ik naar mijn werk vertrek krijg ik nog een lieve knuffel van mijn dochter. Denk ik. In werkelijkheid blijk ik wederom keihard te zijn gebruikt als zakdoek. Mevrouw heeft wéér haar neus afgeveegd aan mijn schouder, en ik ben er wéér ingetrapt. Als ik geluk heb, kom ik er op tijd achter. Meestal, echter, pas als ik op mijn werk mijn jas uittrek.

Dit kan niet mijn leven zijn.

In de trein dan. Oh, wat leuk. En wat een feest, op het balkon van de dubbeldekker. Honderd keer de trap op en af. Juij! Mijn rug is gebroken van mijn pogingen te voorkomen dat ze naar beneden dondert. Maar ik ben een coole moeder, dus ik doe alsof ik het leuk vind. Maar als we bijna op de eindbestemming zijn, moet ze toch echt even terug in de buggy. Maar dat is ongeveer een even grote uitdaging als in schone kleren op mijn werk verschijnen. Ik probeer haar wanhopig in de houdgreep te nemen en terug in de stoel te krijgen, terwijl ze luidkeels aan alle medepassagiers laat weten dat ze tegen haar wil in de buggy wordt gezet. Ik zet een nerveus lachje op, voel alle geïrriteerde blikken en bijbehorende gedachten (“wát een slecht opgevoed klotekind!”) mijn kant op gaan en wil het liefst door de grond zakken.

FML.

Weer thuis drentelt mevrouw in haar Eva-kostuum boven door de gang, vlak voordat ze in bad gaat. Ik kijk per ongeluk even de andere kant op, en H. gaat op haar hurken zitten. Voordat ik doorheb wat er aan de hand is, is het al te laat. Een nieuwe ramp heeft zich voltrokken. Ze klapt in haar handen en giert het uit. Ze heeft een dikke bolus gedraaid. Op de vloerbedekking. En oh, wat is ze trots.

Oké.

Dit is het dus. Mijn leven.

Knopen doorhakken

0B2C2807265F3036B2A6757FD5E9703E-knopen-doorhakken“Ik denk dat ik zwanger ben”, zei ik op een zaterdag, twee jaar geleden, tijdens het avondeten. D. keek me aan. “Ik denk het ook”, zei hij. We toostten erop. Met een enorme bel rode wijn. De logica van een zwangere vrouw kent geen grenzen.

Een paar dagen later kwam de bevestiging. Op een woensdag. Het gevoel dat ik kreeg toen ik dat blauwe streepje zag verschijnen hield ergens het midden tussen blijdschap, verbazing en angst. Een dag later zat ik bij de gynaecoloog en zagen we een lege baarmoeder met een nauwelijks zichtbare verdikking op de echo. “Het zou kunnen”, zei de gynaecoloog.

Ik was in het ziekenhuis voor een controleafspraak. Twee maanden eerder was het immers misgegaan. Terwijl in Sochi de Nederlandse schaatsers de ene na de andere Olympische medaille omgehangen kregen, bleek ik met een leeg vruchtzakje rond te lopen. Zwanger, maar toch niet helemaal. Wat er had moeten zitten, zat er niet. Een luchtbel. Ik was een week of acht voor de gek gehouden door mijn eigen lichaam. Ik was misselijk, had opgeblazen, pijnlijke tieten en er waren op drie verschillende testen blauwe streepjes zichtbaar geworden. Maar ergens na de bevruchting was er iets misgegaan. Geen celdeling. Maar wel een innesteling. Zonder kindje.

Verwarrend.

Twee weken lang liep ik rond in de wetenschap dat ik in verwachting was van een luchtbel. Maar er gebeurde niets. Er was uiteindelijk een curettage onder volledige narcose in het ziekenhuis voor nodig om me het gevoel te geven verder te kunnen met mijn leven.

Maar twee maanden later was er dus opnieuw een blauw streepje. En besloot ik een blog te beginnen. Inmiddels heb ik een gezonde 15-maanden oude dochter rondlopen. En is het rustig op dit blog. Te rustig. Terwijl ik zoveel had willen schrijven. Over de eerste stapjes van mijn dochter, bijvoorbeeld. Of over hoe we haar eerste verjaardag tamelijk overdreven groots hebben gevierd. Over hoe ze is gegroeid van eigenwijze baby naar eigenwijze dreumes. Over hoe trots ik op haar ben, over hoe ze de ellende in de wereld relativeert. Over die stoere en vrolijke meid die mijn leven zoveel mooier heeft gemaakt.

Maar ik kon het niet.

Want er was te veel waar ik óók over wilde schrijven. Over de moeilijke momenten. Over hoe zwaar de veranderingen van het afgelopen jaar me af en toe vallen. Over het gevoel in een achtbaan te zitten die niet meer stopt. Over de huilbuien, het chronische slaaptekort en de angst krankzinnig te worden.

Maar ik kon het niet.

De enorme drang om van me af te schrijven werd beantwoord met een even grote drang dit blog luchtig te houden. Twijfel dus. Wat doe ik met dit blog? Stoppen of doorgaan? Ik wil voorkomen dat het hier vol komt te staan met zwaar en sentimenteel humorloos geneuzel. Maar ik wil ook niet stoppen met schrijven. Knopen doorhakken is nooit mijn sterkste kant geweest.

Maar ik ga een poging wagen. Omdat ik nog steeds hetzelfde gevoel heb waarmee ik dit blog begon: een vreemde mengeling van blijdschap, verbazing en angst. Net als toen ik dat blauwe streepje zag, twee jaar geleden.

Postnatale FAQ

MjAxMy05MjE4ZGE0MzAzNmJiMTk1 Als nieuwbakken moeder krijg je tamelijk veel vragen naar het hoofd geslingerd zodra je kind is verhuisd van buik naar buiten. De vijf meest bizarre op een rijtje.

1) slaapt ze al door?

Oké, het is geen bizarre vraag, maar wel de meest gestelde. En fascinerend, omdat dit blijkbaar het belangrijkste is dat een kleine baby moet doen. Mijn dochter weet inmiddels hoe het moet, doet het soms ook, maar meestal wil ze ’s nachts toch nog wel een keer gevoed worden, en soms wel twee keer. “Ik ben zó blij dat die van mij meteen doorsliep!”, hoor ik dan. Nou, hartstikke fijn voor je! Maar driekwart van de vrouwen (het zijn meestal vrouwen) die dit zegt, liegt. Slechts een kwart van de baby’s van vier maanden oud slaapt immers regelmatig de hele nacht door. Maar zodra je een baby hebt geworpen, ben je automatisch deelnemer aan de Grote Babywedstrijd, waarin ouders elkaar voortdurend proberen af te troeven over alles wat hun kind al kan. Ik weiger vooralsnog aan deze competitie mee te doen. Dus bij deze: natuurlijk ben ik blij als ik er ’s nachts niet drie keer uit hoef. Maar ik ben ervan overtuigd dat het móeten doorslapen van kleine baby’s een door onszelf bedachte uitvinding is, voornamelijk om aan onze éigen slaapbehoefte te voldoen. Oh, en nog iets waarvan veel moederlijke nekharen overeind gaan staan: mijn dochter slaapt nog bij ons op de slaapkamer.

2) hoe gaat het met jou?

Zodra je een kind hebt geworpen, besta je als persoon eigenlijk niet meer. Je bent in elk geval totaal oninteressant geworden voor anderen. Alles draait om de nieuwe baby. Het is daarom best bijzonder als iemand vraagt hoe het met míj gaat. Nou, het gaat eigenlijk prima met me, bedankt!

3) en, wanneer komt de tweede?

Mijn dochter was precies een half uur oud toen de verloskundige me bemoedigend op mijn schouder tikte, en zei: “Bij de volgende mag je gewoon thuis bevallen, hoor!” Dat er op datzelfde moment allerlei hechtingen gezet werden, deed er blijkbaar niet toe. En nu mijn baby vier maanden oud is, heb ik al regelmatig de vraag gekregen of het niet alweer begint “te kriebelen.” Ik krijg jeuk van die vragen, dat wel. Maar nee dus, mijn eierstokken zijn niet aan het rammelen. Ik heb bovendien mijn handen vol aan deze ene baby, die immers nog altijd niet doorslaapt.

4) ben je nog steeds zwanger?

Slechts één keer gesteld, 22 uur nadat ik mijn kind ter wereld had gebracht, en met moeite de trap af was gestrompeld om het bezoek te ontvangen. Het is dat ik op dat moment nog niet bevangen was door allerlei vrijgekomen hormonen, maar deze vraag kán natuurlijk echt niet!

5) geef je nou nog steeds borstvoeding?

Soms bekruipt me het gevoel dat ik verantwoording moet afleggen voor het feit dat ik mijn baby nog stééds borstvoeding geef. Ik ben immers toch alweer een maand aan het werk? En dan stappen de meeste vrouwen in Nederland over op kunstvoeding. Wat ieders goed recht is natuurlijk. Maar naast de borstvoedingsmaffia lijkt er ook een kunstvoedingsbrigade te zijn opgestaan. In elk geval zijn moeders elkaar voortdurend aan het bestoken met moeder- dan wel kunstmelk. Maar daarover meer in een volgende blog.