10x waar je helemaal niet op zit te wachten

DSC00875Vijf jaar blog ik nu met een ernstig gebrek aan regelmaat over mijn zwanger- en moederschap. Vanzelfsprekend staat daarbij mijn dochter van inmiddels 4,5 jaar centraal. Nu ga ik eens iets over mezelf vertellen. Willekeurige feitjes die je nog niet wist over mij (en waarschijnlijk ook helemaal niet wil weten). Ik noem er tien.

1 – Ik ben fobisch voor slangen en andere dieren die geen poten hebben. Maar dan echt. Ik durf niet met mijn handen in de tuin te werken omdat ik bang ben dat ik een regenworm tegenkom. Voor mijn dochter probeer ik zo normaal mogelijk te doen, maar ik doe toch een stapje achteruit als er zo’n beest de grond uit komt kruipen. Toen ik een keer in een Nicaraguaanse badkamer een zwarte slang de doucheput in zag glijden, rende ik jankend naar buiten en moest D. een week lang eerst elke hoek van alle kamers controleren voordat ik naar binnen durfde.

2 – Drie ‘embarrassing moments’, in willekeurige volgorde:

  • Ik ben ooit spectaculair gevallen. Uit stilstand. Hoe het gebeurde is me nog altijd een raadsel, maar een half Afrikaans dorp kwam om me heen staan om geamuseerd toe te kijken hoe ik vervolgens niet meer overeind kwam. (Uit dezelfde categorie: voor het eerst met klikpedalen op mijn mountainbike. Of liever: de mountainbike bovenop mij. De mensen op het terras vonden het prachtig)
  • In Berlijn stapte ik een keer zelfverzekerd (en na een paar biertjes) een restaurant in. “Ein Zabel für fünf, bitte!
  • [Ongoing]: mijn geheugen is vrij goed, maar als iemand mij vertelt wat voor werk hij doet, gaat dat het ene oor in en het andere direct weer uit. In mijn hersenpan is geen plek voor werkgerelateerde berichten. Ook van D. weet ik eigenlijk alleen dat hij de hele dag aan het vergaderen is.

3 – D. was ooit het vriendje van mijn toenmalige beste vriendin. Acht jaar en een aantal andere relaties later ontmoetten we elkaar weer op, of all places, LinkedIn, en was het direct raak.

4 – Elke pen in mijn buurt moet ‘uit’ zijn, of de dop moet erop, anders zit ik toch niet helemaal lekker. En ik heb een was-ophangritueel. Alles moet volgens een bepaalde volgorde op het wasrek opgehangen worden. Soms helpt H. me en probeer ik mijn irritatie te verbergen door haar haar gang te laten gaan. Maar als ze het zat is, ga ik dingen verhangen.

5 – Ik droom van wonen in het buitenland, het liefst Latijns-Amerika. Mijn eigen hostel runnen. Een bibliotheek beheren voor minderbedeelde kinderen. Geen idee, maar ik wil op een dag weg uit Nederland.

6 – Ik ga al mijn hele volwassen leven naar muziekfestivals en ik heb daar nog nooit gedoucht. Het dichtst in de buurt kwam ik toen ik een duik nam in de volgepiste Lowlands-vijver. Thuis compenseer ik dit door te heet en te lang te douchen.

7 – Ik heb mijn halve leven gekampt met depressies en angstaanvallen, en ben daarvoor meerdere keren in therapie geweest. Pas sinds een paar maanden durf ik hardop te zeggen dat het écht goed met me gaat. En dat ik er trots op ben dat ik dat zelf voor elkaar heb gebokst.

8 – Soms voel ik me schuldig dat H. geen broertje of zusje gaat krijgen. Maar ik moet er écht niet aan denken om weer van voren af aan te moeten beginnen met een tweede. Het is goed zo.

9 – Je mag mij ’s nachts voor niks wakker maken. Ik wil liever gewoon met rust gelaten worden zodat ik kan slapen. En anders alleen als je een hele goede reden hebt. Brand, bijvoorbeeld. Of als Matt Berninger van The National beneden in de woonkamer een paar liedjes wil komen zingen. Nick Cave mag ook komen.

10 – Ik kan niet goed tegen dominantie en autoriteit. En ook niet tegen mensen die op straat ineens stil gaan staan.

Advertenties

Onder de douche

DSC_0882-01(1)Ik was iets eerder opgestaan, zodat ik nog even ongestoord kon douchen voordat H. wakker zou worden. Uitgebreid mijn haren weer eens wassen, wellicht nog wat beenhaartjes verwijderen, een scrubje, tandenpoetsen, een beetje dagdromen – klimaattechnisch allemaal totaal onverantwoord, maar zo lekker! Zo stond ik op deze ochtend enorm te genieten met mijn hoofd volledig in het sop, toen er ineens een kleuter voor mijn neus stond.

“Mama, ik moet plassen.”

Het was weer gedaan met de pret.

“Uhm, ja, oké. De wc is naast je.”

“Je moet me helpen.”

Waarom was ze überhaupt al wakker? En hoe kan het dat ze mij altijd zwaar geïrriteerd de wc uitstuurt omdat ze het zelluf kan, maar is ze deze vaardigheid ineens totaal kwijt als ik toevallig net even lekker sta te chillen onder de douche?

Ik heb het al eerder gezegd: kinderen hebben een duistere gave om hun ouders te irriteren en uit te dagen. Ze voelen haarfijn aan wanneer papa of mama het even prettig dreigt te hebben zónder hun aanwezigheid en grijpen dan hun kans om ze dit moment genadeloos af te pakken. Dat begon al vlak na H.’s geboorte. Net op het moment dat ik dacht dat ze nu écht in slaap was gevallen en ik rustig een kop thee kon drinken, sloegen haar stembanden weer aan en kon ik, totaal uitgedroogd inmiddels, een uur later de waterkoker voor de zesde keer aanzetten.

Privacy is iets uit een ver verleden. Een vage herinnering aan iets dat ooit was, maar inmiddels niet meer bestaat. Vanaf het moment dat mijn dochter ging kruipen, was het gedaan met ongestoord douchen of plassen. Steevast verschijnt vroeg of laat een gezicht om de hoek. Nu ben ik de beroerdste niet, maar zo af en toe is het toch ook best prettig om dat soort momenten eventjes voor jezelf te hebben.

Soms trek ik me even terug op de wc. Niet omdat ik dan zo nodig moet, maar om héél eventjes alleen te zijn (of om even ongegeneerd door Instagram te scrollen of stiekem een koekje in mijn mond te proppen). Helaas is het feest meestal van korte duur. H. komt er dan “gezellig” even bij staan. “Ik kom gewoon even kijken”, zegt ze dan. Of ze heeft ineens allerlei belangrijke zaken die nú om opheldering vragen. “Mama, je moet even kijken naar mijn tekening. Nee, die kan ik niet laten zien, die ligt op tafel.” Hoezo denken kinderen überhaupt dat je iets voor ze kan doen als je op de wc zit of onder de douche staat? “Mama, kun je even mijn rits dichtdoen? Mag ik een koekje? Wil je een boek voorlezen?”

Of ze hebben ineens weer hulp nodig met plassen als je je haar aan het wassen bent. H. was inmiddels toch maar zelf op de pot gaan zitten. “Ik heb gepoept”, zei ze. “Je moet mijn billen afvegen. Ik heb ge-poe-hoept!” Ik gaf het op. Ik pakte de handdoek en ging me afdrogen. Beter voor het milieu, sprak ik mezelf bemoedigend maar weinig overtuigend toe.

40

DSC_9258-01Het is feest vandaag want ik ben jarig!

Ik weet nog goed dat ik 20 werd. In een smoezelige studentenkelder, die ik deelde met een vriendinnetje, dachten we dat het misschien leuk was om ’s nachts de taart aan te snijden. Omdat er al een paar kratten bier leeggedronken waren, liep dat nogal uit de hand en konden we een half jaar later nog steeds met confetti besmeurde stukken gebak van de schimmelmuren afschrapen.

Tien jaar later schreeuwde Nick Cave door de boxen in mijn knusse appartementje dat ie last had van de no pussy blues. Wederom dronken we veel te veel bier, en zongen we uiterst vals mee met Johnny Cash tot het licht werd, en ik dacht dat ik dit leven eeuwig zou volhouden.

Maar ik knipperde met mijn ogen, en nu ben ik ineens 40. Nick Cave en de kratten bier zijn nergens te bekennen; vandaag breng ik mijn verjaardag door met een mopperende installateur van de nieuwe keuken. Ons huis zucht en kraakt onder de immense verbouwing, en ik heb een dochter die over vier maanden naar de basisschool gaat.

Ik voel ze wel een beetje, die jaren. Vooral als ik achter H. aan ren, terwijl die op haar zonderzijwieltjesfiets door de straten sjeest. Aangezien ze dat al wel een hele week kan, zonder zijwieltjes fietsen, denkt ze dat ze een volleerd mountainbiker is. Bloembakken en boomstronken worden zonder te remmen overreden, en ze manoeuvreert zich met angstaanjagende precisie langs alle fietsen en andere obstakels die in de weg staan, terwijl ze rakelings langs stoepranden en auto’s scheert. En dit alles met een duizelingwekkende snelheid.

“Kijk mama, zonder handen!”

Soms stopt ze even. “Ik ga wel wat langzamer fietsen, mama, dan word je niet zo moe.”

De schat.

Ik zie nieuwe en frisse studenten rondlopen in de stad, kinderen fietsen rond met speakers op 10, mijn buurmeisjes van 7 hebben het over foto’s in je nakie bewerken en rondsturen, en dan voel ik me toch een beetje een oude mevrouw. Maar dan ga ik gisteren, op mijn laatste dag als dertiger, toch gewoon om twee uur in de middag een 9% biertje drinken. Samen met mijn dochter, en een vriend die twijfelde tussen dit en een appel eten. Gewoon. Omdat het kan. En om te bewijzen dat 40 worden zo gek echt nog niet is. Misschien wordt het allemaal wel steeds leuker. 50 worden lijkt me ook wel wat. En dan met een puberende horrortiener in huis. Ik kijk er naar uit!

Today I choose me

i choose meIk was vorige week een paar dagen op een muziekfestival. Drie dagen ploeteren door de modder, bandjes kijken, niet douchen en veel bier drinken. Net zoals vroeger. Met D. en drie vrienden. Zonder H., en ik vond het heerlijk!

Achttien maanden geleden kwam mijn leven op zijn kop te staan. Ik stapte in een achtbaan, en die achtbaan stopte niet meer. Hij ging maar door, steeds in de hoogste versnelling. Soms dacht ik dat ik bij het eindpunt was, maar ik kon er niet uit. Ik zat vast en ik werd er gek van. Ik had geen puf meer om even de stad in te gaan, een biertje te drinken en ouderwets dronken te worden. Sporten was iets uit een ver verleden. Afspreken met vrienden kostte me te veel moeite. Mijn leven draaide volledig om H.

“Je krijgt er zoveel voor terug.” Het is ongeveer het grootste cliché  in de Wereld met Kinderen. En ja, het is waar. De komst van mijn dochter heeft mijn leven enorm verrijkt. Ik heb geleerd anders naar zaken te kijken, en nog steeds raak ik dagelijks ontroerd door haar onschuld en schoonheid.

Maar wat veel mensen niet leuk vinden om te horen: je moet ook een hoop opofferen. En sommige moeders gaat dat heel gemakkelijk af, die stellen hun leven volledig in op dat van hun kind. Maar ik kan dat niet. Ik moet soms even opladen. Alleen.

Ik heb een depressief verleden en ik wéét inmiddels: als ik mezelf uitput, wordt het een drama.  Daarom is nu een knop omgegaan. Ik doe dat niet meer. Ik weiger om zo te zijn. En dus ga ik nu soms de stad in om bier te drinken, en ga ik af en toe op mijn vrije dag er in mijn eentje op uit (eindelijk het Rijksmuseum gezien!). Acht maanden geleden ben ik gestart met een cursus Spaans, wat ik al zo lang wilde. Ik ben zelfs weer begonnen met hardlopen.

Toen ik met oud en nieuw een paar dagen naar Rome ging, ook zonder kind, werd door sommige mensen getracht mij een schuldgevoel aan te praten. “Het is haar eerste oud en nieuw. Dat moet je dan missen.” En: “Wat zielig dat ze dan drie dagen ergens moet logeren.”

Ik vind het niet zielig dat mijn dochter een paar dagen bij haar lieve oma of bij haar leuke tante logeert. En ik vind het ook niet zielig dat ze haar eerste jaarwisseling heerlijk slapend in bed heeft doorgebracht. Ik vind dat een kind leuke ouders verdient. En leuke ouders zijn niet per definitie mensen die hun leven volledig in dienst stellen van het kind. Ik ben bijvoorbeeld een veel leukere moeder als ik ook thuis in mijn eentje in een leeg huis naar de stilte kan luisteren. Of met vrienden met lekke laarzen in de blubber kan voetballen met een plastic bekertje.

Dit kan niet mijn leven zijn!

550-who-I-am-momNa een turbulente start is het moederschap een stuk minder bizar geworden, en het begint na 16 maanden langzamerhand zelfs al een beetje te wennen. Duizend keer hetzelfde boekje lezen, de omver gegooide blokken weer opstapelen, of kopjes thee drinken – ik vind het stiekem gewoon hartstikke leuk! Maar er zijn wel eens momenten dat ik denk: neeeeee! Dit gebeurt niet! Ik droom. Dit kán niet mijn leven zijn!

Het begint al ’s ochtends. H. wordt wakker met een glimlach, tussen de stukken macaroni, champignons en paprika van gisteravond. Alsof er een voedselbom is ontploft. Heeft ze echt zóveel gegeten? Aan de andere kant heeft ook een explosie plaatsgevonden. Dochterlief weigert echter, zoals wel vaker, stil te liggen. Tijdens ons gevecht graai ik een paar keer mis, en met mijn handen onder de bruine drek lever ik haar af bij D. die onder de douche staat.

Dit kan niet mijn leven zijn.

Vlak voordat ik naar mijn werk vertrek krijg ik nog een lieve knuffel van mijn dochter. Denk ik. In werkelijkheid blijk ik wederom keihard te zijn gebruikt als zakdoek. Mevrouw heeft wéér haar neus afgeveegd aan mijn schouder, en ik ben er wéér ingetrapt. Als ik geluk heb, kom ik er op tijd achter. Meestal, echter, pas als ik op mijn werk mijn jas uittrek.

Dit kan niet mijn leven zijn.

In de trein dan. Oh, wat leuk. En wat een feest, op het balkon van de dubbeldekker. Honderd keer de trap op en af. Juij! Mijn rug is gebroken van mijn pogingen te voorkomen dat ze naar beneden dondert. Maar ik ben een coole moeder, dus ik doe alsof ik het leuk vind. Maar als we bijna op de eindbestemming zijn, moet ze toch echt even terug in de buggy. Maar dat is ongeveer een even grote uitdaging als in schone kleren op mijn werk verschijnen. Ik probeer haar wanhopig in de houdgreep te nemen en terug in de stoel te krijgen, terwijl ze luidkeels aan alle medepassagiers laat weten dat ze tegen haar wil in de buggy wordt gezet. Ik zet een nerveus lachje op, voel alle geïrriteerde blikken en bijbehorende gedachten (“wát een slecht opgevoed klotekind!”) mijn kant op gaan en wil het liefst door de grond zakken.

FML.

Weer thuis drentelt mevrouw in haar Eva-kostuum boven door de gang, vlak voordat ze in bad gaat. Ik kijk per ongeluk even de andere kant op, en H. gaat op haar hurken zitten. Voordat ik doorheb wat er aan de hand is, is het al te laat. Een nieuwe ramp heeft zich voltrokken. Ze klapt in haar handen en giert het uit. Ze heeft een dikke bolus gedraaid. Op de vloerbedekking. En oh, wat is ze trots.

Oké.

Dit is het dus. Mijn leven.