Postnatale FAQ

MjAxMy05MjE4ZGE0MzAzNmJiMTk1 Als nieuwbakken moeder krijg je tamelijk veel vragen naar het hoofd geslingerd zodra je kind is verhuisd van buik naar buiten. De vijf meest bizarre op een rijtje.

1) slaapt ze al door?

Oké, het is geen bizarre vraag, maar wel de meest gestelde. En fascinerend, omdat dit blijkbaar het belangrijkste is dat een kleine baby moet doen. Mijn dochter weet inmiddels hoe het moet, doet het soms ook, maar meestal wil ze ’s nachts toch nog wel een keer gevoed worden, en soms wel twee keer. “Ik ben zó blij dat die van mij meteen doorsliep!”, hoor ik dan. Nou, hartstikke fijn voor je! Maar driekwart van de vrouwen (het zijn meestal vrouwen) die dit zegt, liegt. Slechts een kwart van de baby’s van vier maanden oud slaapt immers regelmatig de hele nacht door. Maar zodra je een baby hebt geworpen, ben je automatisch deelnemer aan de Grote Babywedstrijd, waarin ouders elkaar voortdurend proberen af te troeven over alles wat hun kind al kan. Ik weiger vooralsnog aan deze competitie mee te doen. Dus bij deze: natuurlijk ben ik blij als ik er ’s nachts niet drie keer uit hoef. Maar ik ben ervan overtuigd dat het móeten doorslapen van kleine baby’s een door onszelf bedachte uitvinding is, voornamelijk om aan onze éigen slaapbehoefte te voldoen. Oh, en nog iets waarvan veel moederlijke nekharen overeind gaan staan: mijn dochter slaapt nog bij ons op de slaapkamer.

2) hoe gaat het met jou?

Zodra je een kind hebt geworpen, besta je als persoon eigenlijk niet meer. Je bent in elk geval totaal oninteressant geworden voor anderen. Alles draait om de nieuwe baby. Het is daarom best bijzonder als iemand vraagt hoe het met míj gaat. Nou, het gaat eigenlijk prima met me, bedankt!

3) en, wanneer komt de tweede?

Mijn dochter was precies een half uur oud toen de verloskundige me bemoedigend op mijn schouder tikte, en zei: “Bij de volgende mag je gewoon thuis bevallen, hoor!” Dat er op datzelfde moment allerlei hechtingen gezet werden, deed er blijkbaar niet toe. En nu mijn baby vier maanden oud is, heb ik al regelmatig de vraag gekregen of het niet alweer begint “te kriebelen.” Ik krijg jeuk van die vragen, dat wel. Maar nee dus, mijn eierstokken zijn niet aan het rammelen. Ik heb bovendien mijn handen vol aan deze ene baby, die immers nog altijd niet doorslaapt.

4) ben je nog steeds zwanger?

Slechts één keer gesteld, 22 uur nadat ik mijn kind ter wereld had gebracht, en met moeite de trap af was gestrompeld om het bezoek te ontvangen. Het is dat ik op dat moment nog niet bevangen was door allerlei vrijgekomen hormonen, maar deze vraag kán natuurlijk echt niet!

5) geef je nou nog steeds borstvoeding?

Soms bekruipt me het gevoel dat ik verantwoording moet afleggen voor het feit dat ik mijn baby nog stééds borstvoeding geef. Ik ben immers toch alweer een maand aan het werk? En dan stappen de meeste vrouwen in Nederland over op kunstvoeding. Wat ieders goed recht is natuurlijk. Maar naast de borstvoedingsmaffia lijkt er ook een kunstvoedingsbrigade te zijn opgestaan. In elk geval zijn moeders elkaar voortdurend aan het bestoken met moeder- dan wel kunstmelk. Maar daarover meer in een volgende blog.

 

 

Dat nóóit!

lullaby-clipart-9882006-mother-singing-a-lullaby-to-her-babyVoordat ik moeder werd, had ik stellig met mezelf afgesproken sommige dingen nooit te zullen doen. Omdat ze stom zijn, en ik “gewoon niet zo ben.” Zo zou ik dus nooit… nee, heus niet… nooit:

* met mijn eigen kwijl iets schoonpoetsen op het gezicht van mijn dochter

Echt, dit is echt zoiets, ja, “moederlijks”, zo onwaarschijnlijk irritant, zo zit ik niet in elkaar. Dat doe ik niet. Hm. Maar die opgedroogde traan… Voordat ik het in de gaten heb, heb ik op mijn vinger gespuugd en ben ik de boel ermee aan het schoonmaken. Ik denk er niet eens meer over na. Mag ik de hormonen hiervan ook de schuld geven?

* als een idioot mijn kind toespreken

“Koetsie koetsie, a bababababoe!” Doe normaal, zeg! Gelukkig praat ik op normale manier tegen mijn dochter, maar ik heb wel de halve dag mijn tong uit mijn mond hangen. Ik maak pruttelgeluiden, en godbetert, ik zing zelfs! Wel alleen als er niemand anders in huis is, maar toch. Mijn dochter kijkt me dan vaak geïnteresseerd aan, en lijkt het allemaal best te vinden. Wat geen beste ontwikkeling is, want mijn stem is niet bepaald Adele-materiaal. En toch dans ik met het arme kind op mijn arm de hele kamer door, en verzin ik de meest stompzinnige teksten. Ik moet toch echt die kinderliedjes eens uit mijn hoofd gaan leren.

* over poep en plas praten

Als D. onze baby aan het verschonen is, neem ik me voor er niet naar te vragen, maar zodra de klus geklaard is, komt er per ongeluk toch weer een “En?” uit. Ook iedereen die het maar horen wil (of niet) vol trots vertellen over die enorme scheet, of over de motorolie die de eerste dagen uit mijn kind kwam, behoort tot de dagelijkse gebeurtenissen. Het schijnt over te gaan naarmate de tijd verstrijkt, dat praten over poep en plas, dus daar houden we maar aan vast.

* huilen als mijn kind naar het kinderdagverblijf gaat

Ik ben geen sentimentele muts. Ik ga niet janken. Ik ga niet janken. Kom op, zeg! Eindelijk wat tijd voor mezelf. Maar toen ik mijn dochter vorige week voor drie wenuurtjes naar de opvang bracht, was het al zover. In bijzijn van de begeleidsters en andere kinderen hield ik me groot. Maar toen we het pand verlieten, had ik geen controle meer over de waterlanders. Damn! Ik ben dus zo’n sentimentele muts.

* denken dat ik het zelf allemaal beter weet

Ik ben misschien wel de meest onzekere moeder ten westen van de Oeral. En toch weet ik het wel degelijk beter. Dan wie dan ook. Die meisjes van het kinderdagverblijf mogen dan wel een speciale opleiding genoten hebben, en jarenlange ervaring, maar wat weten zij nou van kinderen opvoeden?!

* alleen maar over mijn kind praten

Mijn wereld is momenteel zo klein dat ik niet anders kan. Ik maak immers niets anders mee. Dag en nacht ben ik met mijn baby bezig. Ze zit in mijn hoofd, altijd. En het zal nog enige tijd vergen, maar ik heb goede hoop dat ik straks toch ook weer over andere dingen kan praten, zodat mijn kinderloze vrienden mij ook weer willen zien en het net lijkt alsof er niets gebeurd is.

Bizar

1362069093797559 “Dit is echt bizar!”

De eerste woorden die ik sprak nadat mijn dochter geboren was. Allemachtig. Kon ik nu echt niets beters verzinnen? In films biggelen de tranen altijd over de wangen van de kersverse moeder en komt er een prachtige zin uit, waarin de nieuwe spruit vol liefde wordt toegesproken. Mijn kind moet het doen met hoe bizar dit allemaal wel niet is.

Toch had ik geen betere woorden kunnen uitkiezen. Want bizar is het na zes weken nog altijd. Op sommige momenten zeg ik hardop tegen mezelf dat ik moeder ben, maar dat klinkt nog altijd even ongeloofwaardig als zeggen dat Geert Wilders moslims best oké vindt. Zelf voelt het maar vreemd, maar andere mensen vinden het blijkbaar doodnormaal om mij achter een kinderwagen te zien lopen. De eerste keer dat er een brief op de deurmat valt, gericht aan ‘de ouders van..’ is raarrr. Ons huis is inmiddels omgetoverd tot een hydrofiele doekenwalhalla, en de gesprekken tussen D. en mij beperken zich tegenwoordig tot “volgens mij heeft ze gepoept”, “waarom huilt ze nou?” en “leeft ze nog?”

Het is een vreemde tijd, die eerste weken met een baby. En ik had géén idee. Er zijn daarom toch een paar dingen waar ik stiekem even op moet terugkomen:

zwangerschapsverlof is een soort vakantie. Eindelijk naar het Rijksmuseum, met iedereen afspreken die ik al eeuwen niet heb gezien en lekker kneuterig taarten en koekjes bakken. De realiteit was dat ik de laatste maand van mijn zwangerschap voornamelijk chagrijnig op de bank heb gehangen met veel te veel vocht in mijn enkels, ik alle spelletjes op mijn telefoon tot vervelens toe heb gespeeld en ik heb gewacht, heel veel heb gewacht…

pasgeboren baby’s slapen zo’n 20 uur per dag. Dat zeggen ze dus. Ik zag mezelf al allerlei films en series bekijken en lekker kneuterig taarten en koekjes bakken. Of blogs schrijven. Maar niemand waarschuwt je dat je eigenlijk de hele dag borstvoeding aan het geven bent. En dat je niet eens een kopje thee kunt drinken omdat je baby haarfijn aanvoelt wanneer je je eerste slok wil nemen, en precies dán aandacht wil. En dat je er dus zes weken over doet om een eerste blog te schrijven.

slaapgebrek gaat me opbreken. Toegegeven, ik ben een leuker mens als ik ’s nachts lekker kan doorslapen. Maar ik blijk toch ineens prima te kunnen functioneren met 4 uur slaap. Meestal dan.

het verhaal over de bevalling houd ik voor me. Van deze was ik vrij zeker. Want ik snapte ze nooit, die vrouwen die maar niet uitgepraakt raken over ontsluitingsweeën en inscheuren en al die barre ellende. Zó irritant. Maar inmiddels heb ik de woorden ‘niet-vorderende uitdrijving’ (alsof het om The Exorcist gaat) al iets te vaak in de mond gehad. Het blijkt een soort therapie.

zwangerschapskilo’s kwijtraken is hel. Ik had verwacht nog wel even mijn zwangerschapskleding aan te moeten trekken, maar de werkelijkheid bleek een stuk positiever. Direct na de bevalling was ik al 7 kilo kwijt, en na vijf weken was er al 16 kilo af. Borstvoeding geven roels!