Het consternatiebureau

260615 HET CONSTERNATIEBUREAUEen van de geneugten van het hebben van een kind is het regelmatige bezoek aan het consternatiebureau. Dit is gevestigd in een treurig uitziend pand, waar de inrichting sinds 1981 niet meer ingrijpend is veranderd. Er komt een mevrouw aangelopen, die in datzelfde jaar tien jaar in dienst was. Ze glimlacht vriendelijk terwijl ze met haar thermoskan (Blokker; 1986) thee naar haar bureautje loopt. “Je mag haar vast uitkleden, hoor.” Ze heeft het tegen ons. Terwijl andere baby’s en peuters al in hun luier aan het rondbanjeren zijn, leggen wij onze dochter in een houten sjoelbak, waar de mevrouw aan haar benen begint te sjorren totdat ze gestrekt zijn. 65,5 centimeter. Meetlint om het hoofd, en dan luier af en op/in de weegschaal.

Daarna volgt het interessantste onderdeel van ons bezoek. De arts. De consternatiearts is een mevrouw die het niet van haar communicatieve vaardigheden moet hebben. Even opstaan en een hand geven, daar doet de consternatiearts niet aan. Ze heeft immers óf haar bril óf een kop thee in haar hand. Een flauw glimlachje kan er wellicht nog net van af. De consternatiearts ziet eruit alsof ze niet veel zin meer in het leven heeft.

Het is een mysterie dat deze vrouwen deze titel opgeprikt gekregen hebben. Behalve met een stethoscoop naar het babyhartje luisteren, vraag ik me af wat ze allemaal nog meer kunnen, want veel hebben ze nog niet laten zien. Een overzicht.

6weken

“Ach, heupdysplasie. Ja, kijk maar. Er is beenlengteverschil. Aangeboren afwijking. Maar het is niet zo ernstig, hoor. Gewoon eerst even zes weken wachten, dan naar het ziekenhuis, want dan kunnen ze pas een echo maken. Nee, dat doen ze echt niet eerder. Daarna moet ze een maand of negen, 24 uur per dag in een spreidbroekje. Geeft helemaal niks, heeft ze wel wat achterstand met kruipen straks, maar dat komt allemaal weer goed. Als je er verder vragen over hebt, kun je even op internet kijken.”

(Twee dagen later maakte een orthopedisch chirurg een echo. Geen enkele afwijking. “Uw dochter heeft perfecte heupen.” Tijdens het volgende bezoek heeft dochterlief dezelfde vervelende mevrouw direct een ferme linkse hoek gegeven.)

bijna 4 maanden

“Tandjes? Nee joh, dat is nog veel te vroeg! Ze is nog niet eens vier maanden! Nee hoor, dat kwijlen en huilen hoort er gewoon bij. Ze zal wel niet zo lekker in haar vel zitten.”

(Exact een week later, floep, twee tandjes.)

bijna 6 maanden

“Oh jee, ze groeit niet zo hard meer als in het begin, he? Kijk maar op de groeicurve. Die stijgende lijn is er wel een beetje uit. Wat zeg je nu, krijgt ze nog borstvoeding? Ooooooh, ja, kijk, dit is een ty-pi-sche borstvoedingscurve. Echt helemaal perfect! Maar dan moet ze over een paar weken wel vlees gaan eten. Ja, want dan is ze zeven maanden. Wat? Ze is nog niet eens zés maanden? Weet je dat zeker? Ik kijk even in mijn computer. Oh ja, ze is van januari. Oh, nou, dan moet je nog even wachten met vlees.”

Het consternatiebureau. Je kunt er terecht voor al je vragen. Niet voor zinnige antwoorden.

Advertenties