Advies: Luister niet naar de adviezen!

no changeH. is nu negen maanden oud, en net zo lang uit mijn buik als ze erin heeft gezeten. Ik mag mezelf dus inmiddels wel een heuse mama-expert noemen. Hoog tijd om enkele handige adviezen ongevraagd te delen:

Als je vragen hebt over je baby, kun je altijd terecht bij het consultatiebureau. Luister niet naar de oelewappers van het consultatiebureau. Geef je baby vóór ze zes maanden is, géén vast voedsel. Kijk naar je kind, als ze er met vijf maanden aan toe is, begin dan met vast voedsel. Voer je baby stuk gepureerd voedsel met een lepel, maar laat je kind zélf grote stukken eten. Geef geen zuivelproducten aan je kind voordat ze één jaar is, maar houd het bij een bekertje yoghurt. Zet je kind in de wipstoel. Leg je kind op een kleed en niet in een wipstoel. Zorg voor voldoende speeltjes, maar leg niet te veel speeltjes in de box. Ga op vakantie met je baby, maar blijf thuis. Baby merkt er toch niks van. Maar reizen is een mooie ervaring voor later. Je baby naar de kinderopvang brengen is zielig, en daar wordt ze constant ziek. Breng je kind naar de kinderopvang, dat is goed voor de ontwikkeling. Je moet niet met je baby gaan rondlopen in de hoop dat ze in slaap valt. Inbakeren werkt. Inbakeren werkt niet. Ab-so-luut nóóit je baby in slaap laten vallen tijdens het voeden. Dan krijg je borstontsteking. Maak je baby niet wakker als ze aan de borst in slaap valt. Leg je baby zo snel mogelijk in een bedje in de eigen kamer, bij jou op de slaapkamer, in jouw bed. Slapen met je kindje is levensgevaarlijk, dus nooit doen. Samen met je baby slapen versterkt de onderlinge band. Doen dus! Je baby hoort met drie maanden echt wel door te slapen. Als je baby met vier maanden nog niet doorslaapt, is er echt niks aan de hand. Houd overdag de gordijnen open, zo leert je baby snel het verschil tussen dag en nacht. Maar houd de gordijnen overdag dicht, dan zal je baby sneller in slaap vallen door het ontbreken van prikkels. Wees stil in huis als je baby slaapt, dus zet geen radio of tv aan. Je moet gewoon blijven stofzuigen en de wasmachine laten draaien als je baby slaapt, anders wordt ze van elk geluidje wakker. Houd de kamer warm, maar niet te warm. Baker je baby strak in, maar niet te strak. Leg je baby op haar rug, anders zal ze stikken. Leg je baby in elk geval niet op haar rug, anders krijgt ze een plat achterhoofd. Geef je baby een fopspeen, anders zal ze nooit troost kunnen vinden, maar ze zal nooit meer aan de borst willen drinken. Geef dus liever geen fopspeen. Geef borstvoeding! Borstvoeding geven staat gelijk aan het niet hebben van een leven. Geef nooit een flesje kunstvoeding als je borstvoeding geeft, want dan wil ze nooit meer aan de borst. Maar geef soms een flesje kunstvoeding als je borstvoeding geeft, dan zal ze beter doorslapen. Het helpt echt niet, maar doe wat rijstebloem door de melk. Je baby slaapt in bed, niet in een wipstoeltje, de box of de auto. Als je baby moeilijk in slaap valt, kun je het beste even een autoritje maken, of haar in de box laten slapen. Houd je baby overdag wakker, dan slaapt ze ’s nachts beter. Hoe beter je kind overdag slaapt, hoe beter ze ’s nachts slaapt. Leg je baby wakker, maar slaperig in bed. Als je kind moe is, gewoon op bed leggen. Je baby na vijf uur ’s middags niet meer laten slapen. Laat je baby niet lang slapen, behalve als ze te veel geslapen heeft. Dan moet je haar wakker maken. Maak een slapende baby nooit wakker. Een kruik in bed houd je baby warm, maar ze kan verbranden of verdrinken. Kijk niet op de klok, maar breng je baby op vaste tijden naar bed. Leer je baby flexibel te zijn, anders kom je zelf nooit meer ergens. Volg je baby, dan komt alles goed. Als je je baby laat huilen, zal ze denken dat ze in de steek gelaten wordt en door een slang gewurgd zal worden. Laten huilen veroorzaakt hersenschade en bindingsproblemen. Je verwent je baby als je haar gaat troosten. Doe dat dus niet! Behalve als ze huilt, dan moet je haar troosten. Baby’s kunnen niet manipuleren. Baby’s ouder dan zes maanden kunnen manipuleren. Slaap als je baby slaapt. Je kunt het beste je baby ’s nachts laten huilen, anders zal ze nooit meer anders doen. Maar ga wel even kijken. Maar niet te snel. Als je je baby ’s nachts voedt, wordt ze dik. Maak je geen zorgen. Stress zorgt voor stress bij je baby en een gestreste baby zal niet slapen. Luister niet naar de adviezen. Volg gewoon je gevoel!

Advertenties

De geit is gemolken

telefoontelefoon1Mijn dochter zette al haar zes tanden erin en liet niet meer los. Ze huilde van frustratie en beet nog een beetje harder. Mijn vingers verkrampten, ik deed mijn mond open en schreeuwde geluidloos. Ik was in shock. “Nee!”, riep ik. En toen trok ik het echt niet meer.

“WAAAAAAAAARRGHHH!!”

H. liet eindelijk los en keek me verbaasd aan. Ze huilde niet meer. Er verscheen zelfs heel even een mini-glimlachje op haar gezicht. Toen begon ze weer te huilen. Ik had inmiddels ook tranen in mijn ogen, en bekeek de schade. Er kwam bloed uit.

Aiaiai.

Zeven maanden en een paar weken lang ging het goed. Heel goed zelfs. Mijn dochter bleek een natuurtalent, snapte vanaf het begin wat de bedoeling was en was al die tijd lief voor me, ook toen ze na bijna vier maanden haar eerste tandjes kreeg.

De eerste vijf maanden bleef ze in leven met alleen iets dat uit míjn lichaam kwam. Fantastisch.

Ik had echter nooit kunnen vermoeden dat moeders er zo’n strijd over kunnen voeren. Het Midden-Oostenconflict is er niets bij. Vrouwen vallen elkaar ongekend gemeen en hard aan. En iedereen probeert elkaar een mening op te dringen. De fabrieksvariant is gif en belemmert de band tussen moeder en kind. Het natuurlijke equivalent staat gelijk aan het niet hebben van een leven.

Als ik vertelde dat mijn dochter soms wel drie keer wakker werd, schouderophalend: “Je doet het zelf, hoor.” Acht van de tien vrouwen zeiden: “Nou, die van mijn zijn ook gewoon groot geworden.” Ik heb scheve gezichten gekregen: “Nog steeds? Wanneer mag je nou eens een keer stoppen?”

Nou. Nu dus. De melk is op.

Ik heb weer iets meer bewegingsvrijheid, en ik mag weer een wijntje drinken. Maar ik mag ook klungelen in de keuken: had ik nou 4 schepjes gehad, of al 5? Het water is te koud, nee, te heet. H. ligt ondertussen ongeduldig aan mijn benen te trekken omdat ik niet snel genoeg ben met mijn gehannes. Nee, leuk, die flesvoeding.

“Oh, ben je ein-de-lijk gestopt met borstvoeding?”

“Ja.”

Duim omhoog.

Vind ik leuk.

 

Postnatale FAQ

MjAxMy05MjE4ZGE0MzAzNmJiMTk1 Als nieuwbakken moeder krijg je tamelijk veel vragen naar het hoofd geslingerd zodra je kind is verhuisd van buik naar buiten. De vijf meest bizarre op een rijtje.

1) slaapt ze al door?

Oké, het is geen bizarre vraag, maar wel de meest gestelde. En fascinerend, omdat dit blijkbaar het belangrijkste is dat een kleine baby moet doen. Mijn dochter weet inmiddels hoe het moet, doet het soms ook, maar meestal wil ze ’s nachts toch nog wel een keer gevoed worden, en soms wel twee keer. “Ik ben zó blij dat die van mij meteen doorsliep!”, hoor ik dan. Nou, hartstikke fijn voor je! Maar driekwart van de vrouwen (het zijn meestal vrouwen) die dit zegt, liegt. Slechts een kwart van de baby’s van vier maanden oud slaapt immers regelmatig de hele nacht door. Maar zodra je een baby hebt geworpen, ben je automatisch deelnemer aan de Grote Babywedstrijd, waarin ouders elkaar voortdurend proberen af te troeven over alles wat hun kind al kan. Ik weiger vooralsnog aan deze competitie mee te doen. Dus bij deze: natuurlijk ben ik blij als ik er ’s nachts niet drie keer uit hoef. Maar ik ben ervan overtuigd dat het móeten doorslapen van kleine baby’s een door onszelf bedachte uitvinding is, voornamelijk om aan onze éigen slaapbehoefte te voldoen. Oh, en nog iets waarvan veel moederlijke nekharen overeind gaan staan: mijn dochter slaapt nog bij ons op de slaapkamer.

2) hoe gaat het met jou?

Zodra je een kind hebt geworpen, besta je als persoon eigenlijk niet meer. Je bent in elk geval totaal oninteressant geworden voor anderen. Alles draait om de nieuwe baby. Het is daarom best bijzonder als iemand vraagt hoe het met míj gaat. Nou, het gaat eigenlijk prima met me, bedankt!

3) en, wanneer komt de tweede?

Mijn dochter was precies een half uur oud toen de verloskundige me bemoedigend op mijn schouder tikte, en zei: “Bij de volgende mag je gewoon thuis bevallen, hoor!” Dat er op datzelfde moment allerlei hechtingen gezet werden, deed er blijkbaar niet toe. En nu mijn baby vier maanden oud is, heb ik al regelmatig de vraag gekregen of het niet alweer begint “te kriebelen.” Ik krijg jeuk van die vragen, dat wel. Maar nee dus, mijn eierstokken zijn niet aan het rammelen. Ik heb bovendien mijn handen vol aan deze ene baby, die immers nog altijd niet doorslaapt.

4) ben je nog steeds zwanger?

Slechts één keer gesteld, 22 uur nadat ik mijn kind ter wereld had gebracht, en met moeite de trap af was gestrompeld om het bezoek te ontvangen. Het is dat ik op dat moment nog niet bevangen was door allerlei vrijgekomen hormonen, maar deze vraag kán natuurlijk echt niet!

5) geef je nou nog steeds borstvoeding?

Soms bekruipt me het gevoel dat ik verantwoording moet afleggen voor het feit dat ik mijn baby nog stééds borstvoeding geef. Ik ben immers toch alweer een maand aan het werk? En dan stappen de meeste vrouwen in Nederland over op kunstvoeding. Wat ieders goed recht is natuurlijk. Maar naast de borstvoedingsmaffia lijkt er ook een kunstvoedingsbrigade te zijn opgestaan. In elk geval zijn moeders elkaar voortdurend aan het bestoken met moeder- dan wel kunstmelk. Maar daarover meer in een volgende blog.

 

 

Hallucinerend de nacht door

borstvoeding12.30 uur: Gepruttel uit de wieg. Ik ben direct klaarwakker. Als ze gaat huilen, ben ik eigenlijk te laat, zo heb ik inmiddels geleerd. Het is dus zaak er zo snel mogelijk bij te zijn. Ik doe de lamp aan, maar mijn baby draait zich nog even om. Vals alarm. Twee minuten later is het wel raak. Of toch niet?

3.00 uur: Gepruttel uit de wieg. Haar ogen zijn nu open. Wat zal ik eens doen? Zal ik haar aanleggen, of liever nog even wachten? Ik moet het huilen voor zijn. En ze huilt niet. Maar dat gaat ze waarschijnlijk elk moment doen. De juiste timing is nu heel belangrijk. Ik haal haar uit de wieg en leg haar naast me in bed. Ze heeft vast honger.

3.30 uur: Gepruttel uit de wieg. Huh? Ze ligt toch naast me? Ik ben haar toch aan het voeden? Het licht is uit. Waar is ze? Niet naast mij. Help! Mijn baby is weg! Ik ben in slaap gevallen en bovenop mijn dochter gerold en nu is ze dood! In paniek doe ik de lamp aan. Mijn kind ligt tevreden in de wieg voor zich uit te staren en geeft me een grote glimlach. Ik ga haar maar voeden. Ik hoorde haar namelijk smakken. Nu echt.

4.00: Boeren en scheten uit de wieg. Hier klinkt een tevreden mensje. Er zit weer voldoende melk in om de komende uren door te komen.

4.15 uur: Gehuil uit de wieg. Shit, ik ben te laat. Ik knip het lampje weer aan, en leg haar naast me. Oh nee, ze heeft net al gedronken. Waarom huilt ze nu dan? “Wat wil je?”, vraag ik. Geen antwoord. Zal ik er een speen in stoppen? Ik besluit de luier te verschonen.

4.20 uur: Terug in de wieg. Of de berenlamp aan mag. Nou, vooruit! Ik doe net alsof ik haar glimlach niet heb gezien en kruip weer onder de dekens.

Enigszins hallucinerend kom ik zo de nachten door. Ja, het is redelijk uitputtend. Maar toch is ’s nachts voeden veel minder zwaar dan mensen me altijd vertelden. Door de adrenaline slaap ik sowieso erg licht. Bij elk geluidje denk ik dat ze dood gaat, en als ze stil is, denk ik dat ze dood ís. Ook van ontploffende tieten word ik vanzelf wel elke drie uur wakker.

Borstvoeding geven is, vreemd genoeg, zo’n beetje het enige dat ik níet bizar vind sinds mijn dochter op planeet aarde is gearriveerd. Maar de waarheid is ook dat ik me vaak gewoon verveel. Vaak drinkt ze lekker door, maar andere keren wil ze liever uitgebreid tafelen, inclusief lange pauzes, bij voorkeur wanneer het mij níet uitkomt (zoals op de achterbank van de auto bij het tankstation). Het lijkt in niets op wat je in de reclame ziet. Mijn dochter smakt, laat ongegeneerd scheten (waar ze dan zelf van schrikt en me aankijkt alsof ík degene ben die aan het stinken is). Soms staart ze me alleen maar schaapachtig aan. Soms laat ze ineens los, om met grote ogen naar de muur te gaan staren, alsof daar zojuist een rode olifant langs kwam lopen, en andere keren schudt ze wild met haar hoofd, mijn tepel vacuüm gezogen in haar mond. Dan dank ik god op mijn blote knietjes dat ze nog geen tanden heeft.

Een manipulatief monster is het. Ze valt aan mijn borst in slaap en kijkt me geïrriteerd aan als ik haar vervolgens in de wieg leg. Hoe haal ik het in m’n hoofd haar in haar slaap te storen. Het gekreun na afloop houdt ergens het midden tussen een piepende veldmuis en een klem zittende zeeleeuw. Ook merkwaardig: ze laat een keiharde boer in je gezicht en jij zegt: Goed zo!

Maar het geeft vooral een bijzonder gevoel dat ik mijn kind in leven kan houden met mijn eigen lichaam. En ze leeft nog steeds, dus ik zal vast iets goed doen!

Bizar

1362069093797559 “Dit is echt bizar!”

De eerste woorden die ik sprak nadat mijn dochter geboren was. Allemachtig. Kon ik nu echt niets beters verzinnen? In films biggelen de tranen altijd over de wangen van de kersverse moeder en komt er een prachtige zin uit, waarin de nieuwe spruit vol liefde wordt toegesproken. Mijn kind moet het doen met hoe bizar dit allemaal wel niet is.

Toch had ik geen betere woorden kunnen uitkiezen. Want bizar is het na zes weken nog altijd. Op sommige momenten zeg ik hardop tegen mezelf dat ik moeder ben, maar dat klinkt nog altijd even ongeloofwaardig als zeggen dat Geert Wilders moslims best oké vindt. Zelf voelt het maar vreemd, maar andere mensen vinden het blijkbaar doodnormaal om mij achter een kinderwagen te zien lopen. De eerste keer dat er een brief op de deurmat valt, gericht aan ‘de ouders van..’ is raarrr. Ons huis is inmiddels omgetoverd tot een hydrofiele doekenwalhalla, en de gesprekken tussen D. en mij beperken zich tegenwoordig tot “volgens mij heeft ze gepoept”, “waarom huilt ze nou?” en “leeft ze nog?”

Het is een vreemde tijd, die eerste weken met een baby. En ik had géén idee. Er zijn daarom toch een paar dingen waar ik stiekem even op moet terugkomen:

zwangerschapsverlof is een soort vakantie. Eindelijk naar het Rijksmuseum, met iedereen afspreken die ik al eeuwen niet heb gezien en lekker kneuterig taarten en koekjes bakken. De realiteit was dat ik de laatste maand van mijn zwangerschap voornamelijk chagrijnig op de bank heb gehangen met veel te veel vocht in mijn enkels, ik alle spelletjes op mijn telefoon tot vervelens toe heb gespeeld en ik heb gewacht, heel veel heb gewacht…

pasgeboren baby’s slapen zo’n 20 uur per dag. Dat zeggen ze dus. Ik zag mezelf al allerlei films en series bekijken en lekker kneuterig taarten en koekjes bakken. Of blogs schrijven. Maar niemand waarschuwt je dat je eigenlijk de hele dag borstvoeding aan het geven bent. En dat je niet eens een kopje thee kunt drinken omdat je baby haarfijn aanvoelt wanneer je je eerste slok wil nemen, en precies dán aandacht wil. En dat je er dus zes weken over doet om een eerste blog te schrijven.

slaapgebrek gaat me opbreken. Toegegeven, ik ben een leuker mens als ik ’s nachts lekker kan doorslapen. Maar ik blijk toch ineens prima te kunnen functioneren met 4 uur slaap. Meestal dan.

het verhaal over de bevalling houd ik voor me. Van deze was ik vrij zeker. Want ik snapte ze nooit, die vrouwen die maar niet uitgepraakt raken over ontsluitingsweeën en inscheuren en al die barre ellende. Zó irritant. Maar inmiddels heb ik de woorden ‘niet-vorderende uitdrijving’ (alsof het om The Exorcist gaat) al iets te vaak in de mond gehad. Het blijkt een soort therapie.

zwangerschapskilo’s kwijtraken is hel. Ik had verwacht nog wel even mijn zwangerschapskleding aan te moeten trekken, maar de werkelijkheid bleek een stuk positiever. Direct na de bevalling was ik al 7 kilo kwijt, en na vijf weken was er al 16 kilo af. Borstvoeding geven roels!