#tbt Thailand 2016

EenIMG_2553-01 herinnering:

Het was dag twee van onze vakantie en we werden nog niet gehinderd door enige onzekerheid. Onze dochter had zich tot nu toe voorbeeldig gedragen en was verworden tot het levende bewijs dat het kan: een verre reis maken met een kind van bijna twee. En wij waren daardoor nu definitief toegetreden tot het genootschap van Coole Ouders. Nu waren we bij Wat Phrae Kaew, de belangrijkste tempel van het land. En toen zag ik ‘m.

De Vlek.

De grijze draagzak waar dochter hulpeloos in hing te bungelen, was niet helemaal grijs meer. Hier was iets niet helemaal goed gegaan. Haar laten zitten en keihard ontkennen behoorde uiteraard tot de mogelijkheden, maar dat was ook weer zo wat.

Er zijn van die momenten dat je beseft dat je nog een hoop te leren hebt: als je een net afgekolfd flesje melk zonder deksel op de stoel laat slingeren bijvoorbeeld, of wanneer je ’s avonds zo nodig nog even naar je slapende kind wil kijken in het schijnsel van je telefoon, maar de deur dusdanig hard kraakt bij het openen dat je datzelfde slapende kind wakker maakt.

Of wanneer je je realiseert dat je de luiers vergeten bent.

En de billendoekjes. En schone kleren.

Dat je dus helemaal niet cool, maar juist een gigantische prutser bent.

Terwijl papa zijn verplichte lange broek ging aantrekken, wilde dochterlief enthousiast het heilige tempelcomplex betreden. Ik probeerde te doen alsof ik haar niet kende. Thaise en Japanse toeristen wilden met haar op de foto. Ik ging nonchalant een banaan zitten eten, en deed alsof die steeds groter wordende bruine vlek bij haar outfit hoorde. Maar op het moment dat de drek aan de onderkant van haar broek tevoorschijn kwam, moest ik toch ingrijpen. Bij een toerist met kind bedelde ik om een luier en nam H. mee naar de toiletten.

In Thailand doen ze niet aan een verschoningstafel , en dus trok ik haar mee een wc-hokje in. Geen toiletpapier. Ik zuchtte. Hoe ging ik dit in hemelsnaam aanpakken? Maar veel tijd om hierover na te denken had ik niet. Iemand begon Thais tegen me te praten. We moesten mee naar buiten.

De wc-juffrouw richtte de tuinslang op mijn kind en gooide daarna een pakje waspoeder naar me toe. Gehoorzaam begon ik de minikleertjes te wassen, en H. rende poedelnaakt het heilige tempelcomplex op. Een klein groepje mensen had zich inmiddels verzameld om grinnikend toe te kijken. Een Amerikaanse toerist bood haar hulp aan. “I know how you feel”, zei ze. Ik betwijfelde of zij ooit luiers was vergeten, maar ik waardeerde het gebaar. Met een veel te grote luier en drijfnatte kleren kon ons bezoek aan de tempel eindelijk beginnen. Mooi ding, hoor. En luiers, die zijn we daarna nog maar een paar keer vergeten.

Reizen – ’t is gedaan

travelIemand die zich afvroeg of er in Spanje wel luiers te koop zijn. Een ander, met een veel te serieus gezicht: “Wel jammer dat je vanaf nu gedwongen bent om vakantie in Nederland te vieren.” Ik bedankte haar voor haar medeleven. En ik bewonderde de ernst waarmee ze deze opmerking maakte. Stiekem moet ik altijd een beetje grinniken om dit soort uitspraken. Vanwege de intense stompzinnigheid en de tegelijk onvoorstelbare treurigheid die ervan afspat.

Ik heb vergelijkbare onzin meer gehoord de afgelopen maanden.

“Nu is het gedaan met de mooie reizen.”

Ik houd van reizen, meer dan wat dan ook. Ik word enorm gelukkig van nieuwe landen en haar inwoners en culturen ontdekken. Ik heb twee lange reizen door het fascinerende Afrika gemaakt en twee jaar geleden waren D. en ik een half jaar in Latijns-Amerika. Tussendoor doen tripjes naar Europese bestemmingen het altijd goed. Mijn ongeboren kind is reeds in België, Indonesië en Spanje geweest en wat mij betreft komen daar nog vele landen bij zodra hij/zij er fysiek ook bij is.

Maar daar schijnen veel mensen toch anders over te denken. Hoe vaak ik de afgelopen weken niet te horen heb gekregen dat deze hobby over drie maanden definitief, of in elk geval de komende achttien jaar, verleden tijd is.

Hoezo precies? Een kindje krijgen staat toch niet gelijk aan je zomers verplicht op een camping in Zuid-Frankrijk doorbrengen? Of aan een midweek in een verregend Roompot-park? Of aan achttien jaar eenzame opsluiting?

Hoezo zou ik niet met mijn zoon of dochter in een camper door Canada kunnen reizen? Of met een rugzak backpacken door Azië? Of een stuk fietsen in Duitsland? Wat is er mis met rondtrekken in Scandinavië?

Ik besef uiteraard dat reizen met een (klein) kind niet vanzelfsprekend is. Het scheelt al een hoop als je koter gezond is, en een beetje gemakkelijk in de omgang. En het zal het nodige geduld (doorgaans niet mijn sterkste eigenschap) en aanpassingsvermogen van me vragen. En nee, ik zal niet meer zo snel 16 uur in een gammele bus met dronken, qat etende chauffeur zonder rijbewijs gaan zitten. Maar verder zie ik niet in waarom ik, samen met mijn kind, de wereld niet verder zou kunnen ontdekken.

“Omdat je kind dat niet leuk vindt”, hoor ik dan weleens.

Op dat soort momenten moet ik altijd denken aan een 5-jarig jochie dat met zijn moeder vijf maanden door Afrika trok. We ontmoetten ze tijdens een legendarische boottocht over Lake Malawi, en zagen ze later nog enkele keren in een hostel. Het jongetje glunderde van oor tot oor, kreeg een stoel toegeschoven zodat ie beter bij de pooltafel kon, en leek de tijd van zijn leven te hebben. Ik vond het ongelooflijk stoer, een alleenstaande moeder met haar zoon, vijf maanden in donker Afrika. En ik heb meer voorbeelden gezien. In het zuiden van Patagonië maakten D. en ik kennis met een Frans stel dat met hun twee kinderen drie jaar lang in een camper een wereldreis maakte. ’s Ochtends wakker worden met dolfijnen en walvissen, diverse talen leren, daar kon geen school tegenop. Of Amerikanen die met hun kinderen vier maanden van China naar Maleisië gingen fietsen. Een flinke uitdaging. Maar deze mensen laten zien dat niets onmogelijk is!

Maar ter geruststelling van velen zijn D. en ik afgelopen week toch maar een weekje naar Valencia geweest. Voor de zekerheid. En heel gek, in de supermarkt lagen zelfs luiers!