Dat nóóit!

lullaby-clipart-9882006-mother-singing-a-lullaby-to-her-babyVoordat ik moeder werd, had ik stellig met mezelf afgesproken sommige dingen nooit te zullen doen. Omdat ze stom zijn, en ik “gewoon niet zo ben.” Zo zou ik dus nooit… nee, heus niet… nooit:

* met mijn eigen kwijl iets schoonpoetsen op het gezicht van mijn dochter

Echt, dit is echt zoiets, ja, “moederlijks”, zo onwaarschijnlijk irritant, zo zit ik niet in elkaar. Dat doe ik niet. Hm. Maar die opgedroogde traan… Voordat ik het in de gaten heb, heb ik op mijn vinger gespuugd en ben ik de boel ermee aan het schoonmaken. Ik denk er niet eens meer over na. Mag ik de hormonen hiervan ook de schuld geven?

* als een idioot mijn kind toespreken

“Koetsie koetsie, a bababababoe!” Doe normaal, zeg! Gelukkig praat ik op normale manier tegen mijn dochter, maar ik heb wel de halve dag mijn tong uit mijn mond hangen. Ik maak pruttelgeluiden, en godbetert, ik zing zelfs! Wel alleen als er niemand anders in huis is, maar toch. Mijn dochter kijkt me dan vaak geïnteresseerd aan, en lijkt het allemaal best te vinden. Wat geen beste ontwikkeling is, want mijn stem is niet bepaald Adele-materiaal. En toch dans ik met het arme kind op mijn arm de hele kamer door, en verzin ik de meest stompzinnige teksten. Ik moet toch echt die kinderliedjes eens uit mijn hoofd gaan leren.

* over poep en plas praten

Als D. onze baby aan het verschonen is, neem ik me voor er niet naar te vragen, maar zodra de klus geklaard is, komt er per ongeluk toch weer een “En?” uit. Ook iedereen die het maar horen wil (of niet) vol trots vertellen over die enorme scheet, of over de motorolie die de eerste dagen uit mijn kind kwam, behoort tot de dagelijkse gebeurtenissen. Het schijnt over te gaan naarmate de tijd verstrijkt, dat praten over poep en plas, dus daar houden we maar aan vast.

* huilen als mijn kind naar het kinderdagverblijf gaat

Ik ben geen sentimentele muts. Ik ga niet janken. Ik ga niet janken. Kom op, zeg! Eindelijk wat tijd voor mezelf. Maar toen ik mijn dochter vorige week voor drie wenuurtjes naar de opvang bracht, was het al zover. In bijzijn van de begeleidsters en andere kinderen hield ik me groot. Maar toen we het pand verlieten, had ik geen controle meer over de waterlanders. Damn! Ik ben dus zo’n sentimentele muts.

* denken dat ik het zelf allemaal beter weet

Ik ben misschien wel de meest onzekere moeder ten westen van de Oeral. En toch weet ik het wel degelijk beter. Dan wie dan ook. Die meisjes van het kinderdagverblijf mogen dan wel een speciale opleiding genoten hebben, en jarenlange ervaring, maar wat weten zij nou van kinderen opvoeden?!

* alleen maar over mijn kind praten

Mijn wereld is momenteel zo klein dat ik niet anders kan. Ik maak immers niets anders mee. Dag en nacht ben ik met mijn baby bezig. Ze zit in mijn hoofd, altijd. En het zal nog enige tijd vergen, maar ik heb goede hoop dat ik straks toch ook weer over andere dingen kan praten, zodat mijn kinderloze vrienden mij ook weer willen zien en het net lijkt alsof er niets gebeurd is.

De illusie die Roze Wolk heet

DE ILLUSIE DIE ROZE WOLK HEETOp dag 4 na de geboorte schijnen ze spontaan te komen: kraamtranen. Overal onbedaarlijk om moeten huilen, zonder dat je precies weet waarom. Of eigenlijk weet je dat wel. “Hoe ga ik dit in vredesnaam doen, een kind opvoeden?! Kan ik nog terug?” Dat soort. Op dag 4 dus. Bij mij was het in nacht 2 al zover. En van dag 10 tot 15. En nu, na acht weken, zit ik nog steeds wel eens jankend op de bank.

En dat terwijl ik toch vooral moet genieten. Net als tijdens de zwangerschap, toen moest ik ook genieten. Want een baby is leuk. Een baby is lief. Als er een baby is, is iedereen blij, papa en mama voorop. Dat hoort zo. De befaamde roze wolk. Maar die wolk is niet altijd roze. Maar dat vertelt niemand je van tevoren. En ik ben er niet trots op, maar sinds mijn dochter na twee weken ineens transformeerde van een modelkind naar een krijsende machine, weet ik het soms even niet meer. Dan verdwijnt de roze wolk en komt een sombere stemming als een zware onweersbui over me heen.

Soms houdt mijn hoofd dan zomaar opeens op met helder denken. Dan voel ik me een ontaarde moeder, die haar eigen kind niet begrijpt, en heb ik geen enkel idee wat ik moet doen. Er zijn dagen dat ik geen rust kan vinden, ook niet tijdens de spaarzame momenten dat mijn dochter wél slaapt, en ik slechts apathisch voor me uit kan staren. De negatieve gedachten (“mijn dochter is ernstig ziek, ze houdt nooit meer op met huilen, de moeder-dochterband is nu al verpest…”) bedekken dan langzaam al het andere, tot er niets anders meer over is dan diepe somberheid.

Ik ben niet postnataal depressief, maar soms word ik wel overvallen door een hevige vorm van baby blues. De eerste weken met mijn kind zijn immers niet verlopen zoals ik had gehoopt. Niet willen slapen. Huilen. Ziekenhuis. Echo. Inbakeren. Overstrekken. Nog meer huilen. Osteopaat. Oververmoeid. Wat doe ik verkeerd? Dóe ik iets verkeerd? Komt het door de zware bevalling? Consultatiebureau. Weer op Google zoeken, hopend dat hét antwoord er nu wél te vinden is.

Er is niets in de wereld waar mensen het meer over oneens zijn dan over de opvoeding van baby’s. Moet ik haar nu laten huilen, of oppakken en troosten? Een stukje gaan wandelen? Rust en regelmaat? Of juist niet? Tummytub of douche? Voeden of niet voeden? Een speen of geen speen? Gék word ik er soms van! En alle goedbedoelde adviezen ten spijt, ik voel me er alleen maar onzekerder door.

Ik heb nul ervaring met dit hele gedoe. Ik kan inmiddels nog net een luier verschonen en een badje op temperatuur krijgen. Het aantrekken van een rompertje is nog steeds een hopeloos geklungel. Na verloop van tijd herken je vanzelf de huiltjes van je baby. Zeggen ze. Maar ik heb vaak geen idee of ze last heeft van haar darmpjes, honger heeft of gewoon moe is; mijn dochter klinkt nog steeds als een balkende ezel, of een mekkerende geit die naar de slachtbank wordt geleid, verbolgen door al het onrecht dat haar wordt aangedaan. De vraag waarom mijn baby huilt is verworden tot een Grote Levensvraag. Je hebt zo je vermoedens, maar bewijzen kun je het niet.

Mijn baby is het meest ingewikkelde apparaat dat ik ooit in handen heb gehad. En er zit geen gebruiksaanwijzing bij. Ik mag het allemaal zelf uitzoeken. Ik doe daarom maar wat. Net als alle andere moeders. En als ze dan uit het niets een prachtige glimlach tevoorschijn tovert, is alles even vergeten. Maar zij die zeggen dat het leven met een pasgeboren baby altijd fantastisch en leuk is, moeten hun zegeningen tellen. En zij die roepen dat ze het allemaal wel weten, liegen. Of zijn gewoon vet irritant!