Onder de douche

DSC_0882-01(1)Ik was iets eerder opgestaan, zodat ik nog even ongestoord kon douchen voordat H. wakker zou worden. Uitgebreid mijn haren weer eens wassen, wellicht nog wat beenhaartjes verwijderen, een scrubje, tandenpoetsen, een beetje dagdromen – klimaattechnisch allemaal totaal onverantwoord, maar zo lekker! Zo stond ik op deze ochtend enorm te genieten met mijn hoofd volledig in het sop, toen er ineens een kleuter voor mijn neus stond.

“Mama, ik moet plassen.”

Het was weer gedaan met de pret.

“Uhm, ja, oké. De wc is naast je.”

“Je moet me helpen.”

Waarom was ze überhaupt al wakker? En hoe kan het dat ze mij altijd zwaar geïrriteerd de wc uitstuurt omdat ze het zelluf kan, maar is ze deze vaardigheid ineens totaal kwijt als ik toevallig net even lekker sta te chillen onder de douche?

Ik heb het al eerder gezegd: kinderen hebben een duistere gave om hun ouders te irriteren en uit te dagen. Ze voelen haarfijn aan wanneer papa of mama het even prettig dreigt te hebben zónder hun aanwezigheid en grijpen dan hun kans om ze dit moment genadeloos af te pakken. Dat begon al vlak na H.’s geboorte. Net op het moment dat ik dacht dat ze nu écht in slaap was gevallen en ik rustig een kop thee kon drinken, sloegen haar stembanden weer aan en kon ik, totaal uitgedroogd inmiddels, een uur later de waterkoker voor de zesde keer aanzetten.

Privacy is iets uit een ver verleden. Een vage herinnering aan iets dat ooit was, maar inmiddels niet meer bestaat. Vanaf het moment dat mijn dochter ging kruipen, was het gedaan met ongestoord douchen of plassen. Steevast verschijnt vroeg of laat een gezicht om de hoek. Nu ben ik de beroerdste niet, maar zo af en toe is het toch ook best prettig om dat soort momenten eventjes voor jezelf te hebben.

Soms trek ik me even terug op de wc. Niet omdat ik dan zo nodig moet, maar om héél eventjes alleen te zijn (of om even ongegeneerd door Instagram te scrollen of stiekem een koekje in mijn mond te proppen). Helaas is het feest meestal van korte duur. H. komt er dan “gezellig” even bij staan. “Ik kom gewoon even kijken”, zegt ze dan. Of ze heeft ineens allerlei belangrijke zaken die nú om opheldering vragen. “Mama, je moet even kijken naar mijn tekening. Nee, die kan ik niet laten zien, die ligt op tafel.” Hoezo denken kinderen überhaupt dat je iets voor ze kan doen als je op de wc zit of onder de douche staat? “Mama, kun je even mijn rits dichtdoen? Mag ik een koekje? Wil je een boek voorlezen?”

Of ze hebben ineens weer hulp nodig met plassen als je je haar aan het wassen bent. H. was inmiddels toch maar zelf op de pot gaan zitten. “Ik heb gepoept”, zei ze. “Je moet mijn billen afvegen. Ik heb ge-poe-hoept!” Ik gaf het op. Ik pakte de handdoek en ging me afdrogen. Beter voor het milieu, sprak ik mezelf bemoedigend maar weinig overtuigend toe.

Advertenties