Today I choose me

i choose meIk was vorige week een paar dagen op een muziekfestival. Drie dagen ploeteren door de modder, bandjes kijken, niet douchen en veel bier drinken. Net zoals vroeger. Met D. en drie vrienden. Zonder H., en ik vond het heerlijk!

Achttien maanden geleden kwam mijn leven op zijn kop te staan. Ik stapte in een achtbaan, en die achtbaan stopte niet meer. Hij ging maar door, steeds in de hoogste versnelling. Soms dacht ik dat ik bij het eindpunt was, maar ik kon er niet uit. Ik zat vast en ik werd er gek van. Ik had geen puf meer om even de stad in te gaan, een biertje te drinken en ouderwets dronken te worden. Sporten was iets uit een ver verleden. Afspreken met vrienden kostte me te veel moeite. Mijn leven draaide volledig om H.

“Je krijgt er zoveel voor terug.” Het is ongeveer het grootste cliché  in de Wereld met Kinderen. En ja, het is waar. De komst van mijn dochter heeft mijn leven enorm verrijkt. Ik heb geleerd anders naar zaken te kijken, en nog steeds raak ik dagelijks ontroerd door haar onschuld en schoonheid.

Maar wat veel mensen niet leuk vinden om te horen: je moet ook een hoop opofferen. En sommige moeders gaat dat heel gemakkelijk af, die stellen hun leven volledig in op dat van hun kind. Maar ik kan dat niet. Ik moet soms even opladen. Alleen.

Ik heb een depressief verleden en ik wéét inmiddels: als ik mezelf uitput, wordt het een drama.  Daarom is nu een knop omgegaan. Ik doe dat niet meer. Ik weiger om zo te zijn. En dus ga ik nu soms de stad in om bier te drinken, en ga ik af en toe op mijn vrije dag er in mijn eentje op uit (eindelijk het Rijksmuseum gezien!). Acht maanden geleden ben ik gestart met een cursus Spaans, wat ik al zo lang wilde. Ik ben zelfs weer begonnen met hardlopen.

Toen ik met oud en nieuw een paar dagen naar Rome ging, ook zonder kind, werd door sommige mensen getracht mij een schuldgevoel aan te praten. “Het is haar eerste oud en nieuw. Dat moet je dan missen.” En: “Wat zielig dat ze dan drie dagen ergens moet logeren.”

Ik vind het niet zielig dat mijn dochter een paar dagen bij haar lieve oma of bij haar leuke tante logeert. En ik vind het ook niet zielig dat ze haar eerste jaarwisseling heerlijk slapend in bed heeft doorgebracht. Ik vind dat een kind leuke ouders verdient. En leuke ouders zijn niet per definitie mensen die hun leven volledig in dienst stellen van het kind. Ik ben bijvoorbeeld een veel leukere moeder als ik ook thuis in mijn eentje in een leeg huis naar de stilte kan luisteren. Of met vrienden met lekke laarzen in de blubber kan voetballen met een plastic bekertje.

Knopen doorhakken

0B2C2807265F3036B2A6757FD5E9703E-knopen-doorhakken“Ik denk dat ik zwanger ben”, zei ik op een zaterdag, twee jaar geleden, tijdens het avondeten. D. keek me aan. “Ik denk het ook”, zei hij. We toostten erop. Met een enorme bel rode wijn. De logica van een zwangere vrouw kent geen grenzen.

Een paar dagen later kwam de bevestiging. Op een woensdag. Het gevoel dat ik kreeg toen ik dat blauwe streepje zag verschijnen hield ergens het midden tussen blijdschap, verbazing en angst. Een dag later zat ik bij de gynaecoloog en zagen we een lege baarmoeder met een nauwelijks zichtbare verdikking op de echo. “Het zou kunnen”, zei de gynaecoloog.

Ik was in het ziekenhuis voor een controleafspraak. Twee maanden eerder was het immers misgegaan. Terwijl in Sochi de Nederlandse schaatsers de ene na de andere Olympische medaille omgehangen kregen, bleek ik met een leeg vruchtzakje rond te lopen. Zwanger, maar toch niet helemaal. Wat er had moeten zitten, zat er niet. Een luchtbel. Ik was een week of acht voor de gek gehouden door mijn eigen lichaam. Ik was misselijk, had opgeblazen, pijnlijke tieten en er waren op drie verschillende testen blauwe streepjes zichtbaar geworden. Maar ergens na de bevruchting was er iets misgegaan. Geen celdeling. Maar wel een innesteling. Zonder kindje.

Verwarrend.

Twee weken lang liep ik rond in de wetenschap dat ik in verwachting was van een luchtbel. Maar er gebeurde niets. Er was uiteindelijk een curettage onder volledige narcose in het ziekenhuis voor nodig om me het gevoel te geven verder te kunnen met mijn leven.

Maar twee maanden later was er dus opnieuw een blauw streepje. En besloot ik een blog te beginnen. Inmiddels heb ik een gezonde 15-maanden oude dochter rondlopen. En is het rustig op dit blog. Te rustig. Terwijl ik zoveel had willen schrijven. Over de eerste stapjes van mijn dochter, bijvoorbeeld. Of over hoe we haar eerste verjaardag tamelijk overdreven groots hebben gevierd. Over hoe ze is gegroeid van eigenwijze baby naar eigenwijze dreumes. Over hoe trots ik op haar ben, over hoe ze de ellende in de wereld relativeert. Over die stoere en vrolijke meid die mijn leven zoveel mooier heeft gemaakt.

Maar ik kon het niet.

Want er was te veel waar ik óók over wilde schrijven. Over de moeilijke momenten. Over hoe zwaar de veranderingen van het afgelopen jaar me af en toe vallen. Over het gevoel in een achtbaan te zitten die niet meer stopt. Over de huilbuien, het chronische slaaptekort en de angst krankzinnig te worden.

Maar ik kon het niet.

De enorme drang om van me af te schrijven werd beantwoord met een even grote drang dit blog luchtig te houden. Twijfel dus. Wat doe ik met dit blog? Stoppen of doorgaan? Ik wil voorkomen dat het hier vol komt te staan met zwaar en sentimenteel humorloos geneuzel. Maar ik wil ook niet stoppen met schrijven. Knopen doorhakken is nooit mijn sterkste kant geweest.

Maar ik ga een poging wagen. Omdat ik nog steeds hetzelfde gevoel heb waarmee ik dit blog begon: een vreemde mengeling van blijdschap, verbazing en angst. Net als toen ik dat blauwe streepje zag, twee jaar geleden.